Een puber die op zaterdagochtend naar zijn baantje gaat in 45 irritante stappen

Leuk joh, zo'n baantje
De zestienjarige zoon van Anne heeft een baantje, vakken vullen in de supermarkt. Elke zaterdag moet hij zich om half 9 melden. Best een decent tijd, maar daar denkt haar zoon anders over.  

7.00 uur
Ik had me zo voorgenomen om het hem helemaal zelf te laten doen; opstaan, ontbijten, en naar zijn werk gaan. Om half 7 zou zijn wekker gaan, en dan was het appeltje-eitje. En nee, dat kon hij zelfstandig, hij had geen en-ke-le hulp nodig. Of ik wel wist dat hij 16 was. Juist. Maar zijn wekker is niet gegaan en het is donker en stil in huis.

7.05
De zoon vraagt wat ik in godsnaam kom doen in zijn kamer. Weet ik wel hoe laat het is?

7.06
De zoon smeekt om het licht niet aan te doen.

7.07
De zoon knijpt met zijn ogen en vloekt dat ik een duivelse moeder ben.

7.08
De zoon smeekt om niet het raam open te doen.

7.09
De zoon vloekt nogmaals dat ik twee rode horentjes op mijn hoofd heb.

7.10
De zoon trekt zijn deken over zijn hoofd en zegt dat hij zich niet lekker voelt.

7.11
De zoon kucht dat hij best wel beetje misselijk is.

7.14
De zoon piept dat hij misschien wel ziek is. Of ik even aan zijn hoofd kan voelen.

7.15
De zoon kan niet lachen om mijn koude hand.

7.16
De zoon kan ook niet lachen om mijn ‘je bent echt niet ziek’ antwoord.

7.18
De zoon vindt dat ik zijn temperatuur moet opnemen.

7.20
De zoon vindt dat ik geen goede moeder ben omdat ik zijn werk niet wil afbellen.

7.25
De zoon jammert of ik wel weet hoe laat hij ging slapen.

7.30
De zoon jeremieert dat zijn leven mega zwaar is.

7.32
De zoon piept dat hij niet op kan staan. En dan niemand zit te wachten op een zieke collega. Weet ik wel dat hij dan iedereen aansteekt? En dat zijn baas dan pas echt een probleem heeft.

7.35
De zoon vindt niet dat hij zelf hoeft te bellen, dus die telefoon hoef ik ook niet onder zijn neus te houden.

7.39
De zoon begrijpt niet dat ik mijn stem verhef en zeg dat hij nu moet opstaan.

7.41
De zoon snapt niet dat ik roep dat hij een luie donder is, welke moeder zegt nou zoiets?

7.46
De zoon klaagt dat schreeuwen niet helpt. En als ik toch zijn kamer uitga of ik niet even het licht kan uit doen. En het raam weer dicht.

7.50
De zoon roept naar beneden dat hij dan wel zelf het licht uit doet.

7.51
De zoon gilt dat hij ook wel zelf zijn raam dicht doet.

7.52
De zoon kan niet waarderen dat ik zeg dat als hij dan toch uit bed stapt om dat te doen, hij net zo goed naar beneden kan gaan.

7.53
De zoon zegt dat hij op de trap staat, hoor.

7.56
De zoon vraagt zich hardop af of ik wel weet hoe hard dit leven voor hem is.

7.58
De zoon heeft me echt wel gehoord, hij weet ook echt wel dat hij over een kwartier de deur uit moet. Of ik even de douche voor hem aan kan zetten. En eieren kan bakken. En sinaasappels uit kan persen.

8.01
De zoon snapt niet dat ik dat allemaal niet voor hem wil doen.

8.02
De zoon vraagt of hij nog tijd heeft om te douchen.

8.03
De zoon vraagt of hij nog tijd heeft om te eten

8.04
De zoon klaagt dat als hij alles zelf moet doen hij nooit op tijd op zijn werk komt.

8.10
De zoon vraagt waar zijn zwarte spijkerbroek is.

8.11
De zoon vraagt waar zijn zwarte shirt is.

8.12
De zoon vraagt waarom die broek en dat shirt nog onder zijn bed liggen, doe ik de was dan niet, of zo?

8.13
De zoon zegt dat ik echt niet zo sarcastisch hoef te zijn.

8.14
De zoon informeert of ik weet dat de gel op is.

8.15
De zoon paniekt als ik zeg dat hij zijn zaakjes zelf moet regelen. Hoezo? Hoe dan? En wat moet hij nu met zijn haar doen?

8.17
De zoon stelt met een grafstem vast dat zijn haar niet meewerkt. En er geen schone hoodie meer is. En hij zijn pet niet kan vinden. En ja, hij weet hoe laat het is.

8.18
De zoon vraagt met een lief stemmetje of ik hem niet even naar zijn werk kan brengen.

8.19
De zoon stampvoet door het huis op zoek naar zijn fietssleutels.

8.20
De zoon jammert dat het regent, weet ik dan wel dat hij nat wordt?

8.23
De zoon kan zijn jas niet vinden, weet ik waar hij die neer heeft gelegd?

8.24
De zoon ontdekt dat hij zijn fiets bij een vriend heeft laten staan, want hij heeft een lekke band. Of hij mijn fiets even kan lenen.

8.26
De zoon zegt dat er geen tijd is voor een preek. En dat hij heus wel snapt dat hij zijn fiets gewoon mee naar huis had moeten nemen. En zijn band had moeten plakken. En dat ik nu de hele dag zonder fiets zit.

8.27
De zoon vliegt de deur uit, zonder jas, in vieze kleren, schreeuwend dat hij nog maar twee minuten heeft. Of ik hem niet eerder wakker had kunnen maken. En dat als hij te laat komt het mijn schuld is. En of ik hoofdpijn heb of zo, want waarom sta ik anders met paracetamol in mijn handen?

Tags from the story
, , , ,
Lees ook
Geschreven door
More from Anne Boesman

De puber die een tas pakt voor een schoolreis naar Rome in 42 interessante stappen

De vijftienjarige zoon van Anne gaat een week naar Rome, met school....
Lees verder