Pubers pamperen en te vrij laten, kunnen we ophouden met deze slappe opvoedmethode?

Moet je pubers laten doen wat ze willen?
Wat als je minderjarige puber naar een feestje gaat en dronken thuiskomt? En wat als jouw puber een feestje geeft en ongenode gasten komen langs en het loopt uit de hand? In beide gevallen zou je denken dat de ouders van de zowel de party host als de party crashers verantwoordelijk zijn. Maar ouders kijken steeds vaker weg als hun pubers roken, drinken, blowen en er een puinhoop van maken. Waarom? Omdat ze er een slappe opvoedmethode op na houden. 

Hoe welgestelde stadskinderen zich misdragen en hun ouders dat goed vinden, kopte de NRC afgelopen week. Als het feestje van de dochter van Roelof Broekman uit de hand loopt en hij verhaal gaat halen bij het groepje jongeren die zich had misdragen stuit hij op ouders die een gekke mengeling hebben van kinderen pamperen en ze te vrij laten. Anders gezegd: ze kijken weg daar waar ze eigenlijk moeten ingrijpen. Met een ‘wat maakt het allemaal uit’ en ‘zo erg is het toch allemaal niet’ krijgen pubers de vrije hand om te doen wat ze willen en wordt hun wangedrag niet gestraft, maar beloond. Broekman zelf zegt daarover in het artikel: ‘Tot hun puberteit vormen jonge kinderen het middelpunt van het gezin. Daarna trekken de ouders zich al snel terug in werk en privéleven en wordt vader gezien als slappe privé-sinterklaas. Het lijkt me een betere balans als er wat minder aandacht is op jonge leeftijd en wat meer als kinderen ouder zijn.’

Een slappe privé-sinterklaas, is dat we we willen zijn voor onze pubers? Het lijkt wel of steeds vaker wordt gedacht dat het opvoeden van kinderen klaar is na de basisschool. Met het idee dat ze in die eerste twaalf jaar voldoende normen en waarden hebben meegekregen waarmee ze het de rest van hun leven wel zullen bolwerken. Maar niet voor niks is de zin ‘kleine kinderen kleine zorgen, grote kinderen, grote zorgen’ een cliché geworden. Het is zo vaak gezegd omdat het ook zo waar is. Want na de basisschool begint het eigenlijk pas. En dan heb je niet alleen te maken met mondige pubers, maar ook met kinderen die op ontdekkingstocht de wereld ingaan en langs alle valkuilen zullen lopen. En of we dat nu willen of niet, het is aan ouders de taak om te zorgen dat ze niet in de valkuilen stappen – en als ze dat toch doen, om ze er weer uit te halen.

En toch, menig ouder leunt achterover du moment hun puber de middelbare school binnenstapt. Omdat ze het wel eventjes hebben gehad met die kinderen. Omdat ze opvoedmoe zijn. En omdat hun pubers toch niet luisteren en doen wat ze willen. Bovendien is er na al die jaren zorgen eindelijk meer tijd beschikbaar, die door ouders ook wordt opgeëist omdat ze nu (weer) kunnen doen wat ze willen zonder dat ze zich om die kinderen hoeven te bekommeren, die vermaken zich toch wel. En in die hele storm van veranderingen, van kinderen die ouder worden, ouders die ouder worden, kinderen die zeggen je minder nodig te hebben, maar eigenlijk willen dat je er 24/7 voor hen bent, hormonen die door ieders lichaam gieren en eigen tijd willen hebben, worden pubers losgelaten. Zomaar, poef.

Waar ouders eerst de hele tijd de hand van hun kind vasthouden, worden ze als puber met een ferme zwaai losgelaten. En die vrijgekomen hand wordt dan wel boven hun hoofd gehouden, want we willen wel dat het allemaal een beetje makkelijk voor ze gaat, en dat er niet al te veel obstakels in hun leventje zijn. Zolang ze het maar niet te bont maken, mogen ze doen wat ze willen. Het is de makkelijkste manier van opvoeden. Want geen tegengas geven zorgt ook dat je geen tegengas krijgt. Pubers krijgen hun zin onder het mom van de lieve vrede bewaren, maar juist zij hebben grenzen hard nodig. Geen grenzen stellen, niet boos worden, wegkijken als je in moet grijpen, je hebt dan misschien minder gezeur en weerstand, maar of je daarmee uiteindelijk een uitgeblanceerd iemand aan de maatschappij aflevert?

Dat pamperen ontdekte ook Marielle. Haar veertienjarige dochter kwam na een feestje stomdronken en doodziek thuis. Een feestje waar geen alcohol geschonken zou worden. En waar de ouders van de feestganger gewoon thuis zouden zijn. Maar het liep heel anders. “Nee, het was geen prettig gezicht, mijn dochter die ik midden in de nacht kotsend in mijn gang vond. Ze was naar een feestje geweest van een klasgenootje die jarig was. Het zou gewoon een ‘beetje zitten, beetje chillen-feestje’ worden had ze gezegd. Met de hele klas, want iedereen was uitgenodigd. En nee, er zou geen drank zijn, en ja, er was supervisie van zijn ouders.” Marielle liet haar dochter gaan en zag haar een paar uur later zwalkend binnenkomen en de boel onder te kotsen.

De volgende dag kwamen de verhalen. Dat het gezellig was geweest. Dat er toch drank was geweest. Dat iedereen was gaan drinken. En dat er geen ouders waren geweest. Die waren weg gegaan zodat ze de feestgangers niet in de weg zouden lopen. “Ik probeerde mijn hoofd koel te houden terwijl ik woedend was. Op mijn dochter. Op dat feestje. Op die fles wijn die er was geweest. Was ik naief geweest? Wordt er niet altijd gewoon gedronken op een feestje? Had ik haar niet moeten laten gaan? Had ik haar wel genoeg verteld over het gevaar van te veel drinken? Maar bovenalles was ik boos op die ouders. Hoezo kon dit gebeuren? Zij zouden toch thuis zijn? Hadden zij niet in moeten grijpen?”

Marielle ging langs bij de ouders van de jarige, ook omdat de telefoon van haar dochter kwijt was en die wellicht nog ergens op de feestlocatie lag. Toen ze vertelde wat er was gebeurd haalde de vader zijn schouders op, zo erg is het toch allemaal niet? En zij was toch ook jong geweest? Ze sprak de man aan op zijn verantwoordelijkheid, maar hij vond dat de verantwoordelijkheid juist bij haar lag. Zij had haar dochter toch naar een feestje laten gaan? Nou dan? “Mijn mond viel open. Ik stond voor een slimme man, welbespraakt, eigenaar van twee bedrijven, maar blijkbaar ook iemand die geen zin had in gedoe. Niet van mij, en niet van zijn puber. Maar hoe kun je dertig veertienjarigen alleen laten en denken dat het wel goed komt? Mijn dochter was niet de enige die dronken was geworden, maar ik was wel de enige ouder die verhaal kwam halen. Dat vond ik ook al zo opmerkelijk, aan beide kanten worden dus schouders opgehaald. De vader was echter niet onder de indruk van wat ik zei, noch voelde hij zich verantwoordelijk, noch liet hij zijn zoon excuses maken. En ook die telefoon kwam niet meer boven water.”

Onthutst droop Marielle af. De jongen in kwestie, die niet alleen had gelogen over de voorwaarden van het feest, maar ook de drankkast van zijn ouders had leeggehaald, kreeg geen straf of preek van zijn ouders. Haar dochter sprak ze wel streng toe over de regels die ze hadden opgesteld wat betreft drinken en was de kater die volgde een gepaste straf. “Het is eigenlijk van de zotte dat zo’n jongen ermee wegkomt. Welke boodschap geef je je puber dan? Doe wat je wil, en ik zorg wel dat je ermee wegkomt? Daar leert zo’n kind toch niks van?”

In hun boek ‘Geef dat kind een slok jenever’ schrijven Dorine Hermans en Els Rozenbroek dat ouders tegenwoordig gastvrouwen en -heren zijn die hun kinderen hebben uitgenodigd op een feest. Als de gasten zich niet uitbundig amuseren, hebben de ouders gefaald. Als je kind dus niet gelukkig is, en dat zijn ze als ze grenzen krijgen en zich aan regels moeten houden, dan doe je het dus blijkbaar niet goed. Onze kinderen zijn ons heiliger dan ooit. Maar groot worden gaat nu eenmaal met vallen en opstaan, met tegenslag en voorspoed, en met geluk en ongeluk. Van een geplaveide weg is nog nooit iemand de allerbeste versie van zichzelf geworden, dat word je alleen als je zo nu en dan wordt teruggefloten.

 

 

 

Lees ook
Geschreven door
More from Saskia Smith

45 dingen die je niet op zondagochtend tegen pubers moet zeggen

Natuurlijk mogen onze pubers uitslapen in het weekend. En dat op zondag...
Lees verder