Marthijn schreef een brief aan zijn vader die hij zo mist

Als je je vader mist

De vader van Marthijn stierf toen hij 1 jaar was. Hij kent zijn vader dus niet. En heeft ook geen herinneringen aan hem. Hoe is dat, vader zijn zonder vader? Mist hij hem als rolmodel nu hij zelf vader is van twee dochters?

Voor Vaderdag  in 2018 schreef hij een ontroerende brief aan de man die hij niet heeft gekend en zo ontzettend heeft gemist. Twee jaar later schrijft hij een PS, omdat er zo ontzettend veel is gebeurd. 

21 juni 2020

Hee papa.

Daar was ik nog ‘even’. Twee jaar later, dus dit zal denk ik de PS zijn met de meeste tijd er tussen. Ooit. (En de langste, sorry. Maar dat terzijde.) Maar ik wist niet hoe ik het anders moest noemen. Een ‘sequel’ klinkt te filmisch. En de periode tussen drie jaar geleden en nu is allesbehalve een film geweest.

Nou ja, een goede dramafilm misschien. Vol donkere mist. Met ziekte. Een mentale ‘meltdown’. Andere, meer praktische problemen. En daarmee een sterk verslechterde band met de moeder van onze dochters. Waardoor ook het contact met haar familie -dat altijd goed was- ook abrupt werd verbroken.

Niet dat ik de meisjes (inmiddels bijna 15 en net 9) verwaarloosde of mijn verantwoordelijkheid voor hen niet pakte. Integendeel. Zij waren de afgelopen tijd eigenlijk het enige waarvoor ik ‘het nog deed’. Waarvoor ik nog leefde en wilde blijven leven. Want eerlijk? Er zijn wel wat momenten geweest dat ik er de brui aan wilde geven. De handdoek in de ring wilde gooien. En ‘eruit wilde stappen’. Want wie zou er nog om malen als ik ‘er niet meer zou zijn’? Nou ja, mijn dochters dus. Besefte ik me. Ik realiseerde me dat ik hen dat niet kon aandoen. Wílde aandoen. En los daarvan: zij zijn altijd degenen geweest -altijd, maar zéker in de afgelopen jaren- die me de meeste vreugde gaven in mijn leven. Dan kon ik ze toch niet in de steek laten?

Dus ik bleef. En ik ben in de donkere mist op zoek gegaan naar die plek waar de zon wél scheen. Ik ben gaan vechten. Tegen mijn ziekte. Tegen mijn mentale gesteldheid. En vooral vóór mijn meisjes. Maar ik besefte me ook dat door de scheiding, de problemen die ik had veroorzaakt en door het breken met mama mijn wereldje wel heel klein was geworden. Ja, ik kon terecht bij vrienden. Die naar me luisterden. Me oppepten. Me een schop onder mijn reet gaven. Me hielpen als ik in nood zat, op welke manier dan ook. Maar die altijd onbevooroordeeld en onvoorwaardelijk waren -en zijn.

Hoe fijn het ook is om hen in mijn leven te hebben om me inzichten en adviezen (en meer) te geven waarmee ik verder kon, waarmee ik het volhield, er bleef toch wat knagen. Mijn wereldje bleef toch erg klein. Tuurlijk, ik had daar zelf voor gekozen. Maar de meisjes bijvoorbeeld niet. Nadat hun andere oma was overleden, begon ik me toch af te vragen of het wel eerlijk was mama bij hen weg te houden -ook al was ze er niet voor ze (op het sturen van kaartjes na) toen ze via-via hoorde dat ‘andere oma’ er niet meer was. (Maar dat kan ook zijn omdat ze bang was dat ik de deur zou dichtslaan als ze er opeens stond.) (Wat ik op zich wel zou begrijpen, want die kans was destijds groot geweest.)

Maar uiteindelijk, toen ik weer diep in de shit zat, heb ik mama toch een berichtje gestuurd. Of we konden bellen. Want het ging niet goed. Dat hebben we gedaan. En ze was er voor me. Van afstand weliswaar. Maar ze was er. En ze luisterde. Hielp me. En bleek haar liefde uiteindelijk toch onvoorwaardelijk. In die zin dat ik toch haar zoon was en bleef. Sindsdien spraken we elkaar af en toe. Over de telefoon dan. En nee, natuurlijk waren die gesprekken niet altijd even warm en hartelijk. Want ja,  de bal werd toch bij mij gelegd. IK had besloten de deur dicht te smijten en op slot te doen. En ZIJ besloot niet alsnog langs te komen en er voor de meisjes te zijn, omdat IK de beslissing had genomen haar bij hen weg te houden. Dus ja, wat moest ze dan?

Maar toch. Er ontstond een opening. En ook al had ik niet de illusie dat mama mijn beweegredenen voor mijn breuk zou begrijpen en ook naar zichzelf zou kijken (want eerlijk gezegd heeft ze dat niet gedaan en is er wat dat betreft niks veranderd), ik heb toch doorgezet. Ook voor mezelf en voor haar, maar vooral voor de meisjes. Want wie was ik dan wel om mijn dochters hun andere oma te onthouden?

Al hield ik nog wel een tijdje de boot af toen mama zei dat ze de meisjes graag wilde zien. Want dat moest worden opgebouwd. Ingemasseerd. Je kan nu eenmaal niet na vier jaar zomaar de draad oppakken alsof er niks gebeurd is. In een handomdraai terug naar het oude. Vind ik dan. Want dat wilde ik ook niet, papa, terug naar het oude. Dat was juist wat ik destijds niet langer aankon en daarom besloot de deur dicht te doen. Komt nog bij dat je oudste kleindochter haar oma nog niet wil(de) ontmoeten. Daar is ze nog niet klaar voor. Want ze is de afgelopen jaren teleurgesteld geweest over oma. Dat ze er niet was, ondanks de ruzie met mij. Dat ze er niet was na het overlijden van haar andere oma, maar in plaats daarvan een kaart stuurde. Ook al zei ik dat mij dat meer te verwijten is dan haar oma. Maar ik begrijp haar wel. En ik ga haar niet pushen. Ze heeft al zoveel voor haar kiezen gehad de afgelopen jaren. Kom daar maar eens om als je puber bent.

Gelukkig is inmiddels alles weer wat in rustiger vaarwater. Met haar moeder, met mij. De band tussen ons is uiteindelijk weer normaler. Ook die met haar vader en zus. Niet dat we deur bij elkaar plat lopen. Integendeel. Dat hoeft ook niet, maar het is al pure winst dat zij mijn kant van het verhaal hebben willen aanhoren, dat er meer begrip voor ‘mijn’ situatie is en dat er weer sprake kan zijn van normaal met elkaar praten en met elkaar omgaan.

Anyway, verder lang verhaal kort: uiteindelijk is de ontmoeting met mama er wel van gekomen. Vorig weekend. Nee, daar was de oudste niet bij. Wat oma dan weer teleurstellend en pijnlijk vond. Snap ik. Al vind ik het dan wel weer typisch dat juist dáár de nadruk op werd gelegd. Het glas half leeg, zeg maar. Terwijl ik juist zou denken dat ze vooral blij zou zijn haar jongste kleindochter weer te zien. (Dat was ze ook wel, maar je begrijpt misschien wel wat ik bedoel.) Of die instelling me verbaasde? Nee. Ik had al door dat mama wat dat betreft niet veranderd is. Had ik ook niet op gerekend. Maar ik accepteer het. Al heb ik natuurlijk wel zo mijn grenzen om mij en de meisjes heengezet. En die grenzen bewaak ik scherp.

En nu? Eind goed, al goed? And they’ll live happily ever after? Nee, dat niet. Of althans, (misschien) nog niet. Maar weet je, papa, ik ben allang blij dat er een opening is. Het is een begin. Hoe het eindigt? Geen idee. Misschien is het wel wat de Talking Heads de ‘Road To Nowhere’ noemden. Maar voor hetzelfde geld worden de banden elke keer weer een beetje meer aangehaald en worden die banden elke keer weer wat sterker. We gaan het zien. En misschien stuur ik dan over een tijdje wel weer een PS’je, een sequel, een update, of hoe je het ook wil noemen. Voor nu ga ik door met leven. Zo goed als maar mogelijk is. Zonder ziekte (voorlopig in ieder geval). Met een mist die is opgetrokken. En met opgeheven hoofd. Elke dag opnieuw. Want elke dag is er één.

Veel liefs en misschien tot later,
Je zoon

***

Nu je hier toch bent, zouden we je iets willen vragen…

We maken iedere dag Tis Hier Geen Hotel met heel veel plezier. Want we zien het als onze missie om jullie zonder al teveel kleerscheuren, en een beetje humor, door de puberteit van je kinderen heen te slepen. En dat willen we blijven doen. Maar sinds de Corona-crisis is dat er niet makkelijker op geworden. Zou je ons daarom willen helpen dit Hotel open te houden? Hoe? Kijk hier!

Tags from the story
, ,
Geschreven door
More from Marthijn