Niemand waarschuwt je ervoor, maar opeens weet je niet alles meer van je puber. En dat hoort, want pubers gaan hun eigen leven vormgeven en zich losmaken van jou. Maar het voelt soms verrekte eenzaam.
Gisteravond had ik een gesprek met mijn zoon. Het duurde twee minuten. Hij kwam thuis van trainen, gooide z’n tas in de gang, vroeg of er nog wat te eten was, mompelde iets over school en zei dat hij ging leren bij een vriend. Tenminste ik denk dat hij dat zei. Het kon ook zijn dat hij ging gamen bij een vriend. Hij was al half de kamer uit en het gemompel wat ik hoorde kon ik niet helemaal ontwarren.
Slechts 120 seconden. Dat was het contact dat ik die dag met mijn puber had. In de ochtend had ik ook al zo’n mini-meeting met mijn dochter. Dat bestond uit ‘Waar is m’n hoodie?’ en ‘Ben je huis, want er komt een pakketje.’ Oh, en ik kreeg een halve knuffel voordat ze de deur uitrende.
Pubers zijn vreemde huisgenoten
Zie hier het puberouderschap in een notendop: samenwonen met mensen die jouw genen delen, maar verder vooral met hun eigen AirPods en agenda leven. Huisgenoten die in hun eigen wereld leven en alleen hun gezicht laten zien als er iets uit de oven komt – of beter, uit de airfryer.
Dat het puberouderschap ook eenzaam kan zijn, vertelt niemand je. En toch voelde ik me ineens heel alleen met die twee pubers die weliswaar onder mijn dak wonen, maar waarvan ik veel niet meer wist. Die kinderen die ooit aan mijn been hingen als ik naar de wc ging, lopen mij nu ‘duh’ en ‘later’ roepend voorbij. Hun slaapkamerdeur die altijd open stond, is nu altijd dicht. En de gezellige gesprekken die ik met ze had, zijn nu gereduceerd tot een paar woorden: ‘Ja.’ Weet ik niet’ en ‘Is goed.’
Ik ken mijn puber niet meer
Laatst stond ik in de supermarkt en twijfelde over het beleg dat ik voor mijn pubers wilde kopen. Eens waren ze dol op smeerkaas, maar wanneer had ik ze dat eigenlijk voor het laatst zien eten? Verdween de smeerkaas de laatste tijd niet gewoon onaangeraakt in de prullenbak? Ooit wist ik precies wat mijn pubers lekker vonden, wat hun lievelingskleur was, waar ze bang voor waren en waarvan ze droomden. Maar ongemerkt ben ik gestopt met het bijhouden van hun informatielijst.
Het is logisch dat hun leven zich steeds vaker buiten mijn blikveld afspeelt. Ze moeten zich immers losmaken van mij. Dingen die ze niet meer vertellen, werelden waar ik geen toegang meer tot heb; die mentale afstand kwam onverwachts hard binnen. Niet omdat ze mij bewust buitensluiten, maar omdat ik simpelweg niet meer de hoofdpersoon in hun wereld ben. Nu hoor ik achteraf van anderen dat ze op een feestje waren. Bij iemand waarvan ik niet eens wist dat het een iemand was.
Losmaken en loslaten
Het is niet dat ik terugverlang naar de fase waarin ik zelfs op de wc niet alleen kon zijn en moest plassen met een kind op schoot. Maar de stilte in een lege wc galmt soms net iets te hard. En ja, ik weet het, dit hoort erbij, dit is gezond. Het betekent ook dat ik ‘mijn werk’ goed heb gedaan: ze zijn hun eigen leven aan het bouwen. Zonder mij. Ze trekken zich niet terug uit afwijzing, maar trekken verder, omdat het zo moet. Ze moeten zich los maken en ik moet loslaten.
Onlangs kreeg ik een appje mijn dochter. Of ik even naar haar kamer wilde komen. Ze had een feestje en vijf outfits waar ze niet uit kon kiezen. Of ik haar wilde helpen, want ze had social stress. Ik zat op haar bed en keek naar de vrouw die ze was geworden. En nu, in het half uur dat ik haar hielp kiezen, was ze weer even mijn kleine meisje.
Even later kwam mijn zoon ook naar me toe. Er was gedoe in zijn team en hij vroeg of ik hem wilde helpen. We hadden een gesprek over grenzen stellen, voor jezelf kiezen en opkomen. Ik keek naar de man die hij was geworden, en nu, naast me op de bank, was hij even weer heel even mijn kleine jongen. Ik koesterde die momenten. Dertig minuten toegang tot hun wereld. Goud.
Stil in huis
Over de stilte die er is, ook al zijn je pubers thuis, hebben we het eigenlijk nooit. Niemand vertelt je, als je kinderen nog klein zijn, dat je ze op een dag moet loslaten. Gelukkig niet in één keer, maar beetje bij beetje. Ze zijn fysiek nog om je heen, maar hun hoofd zit ergens anders. Op Snap, het schoolplein, het sportveld, bij vrienden die belangrijk voor ze zijn en die ik amper ken. Ik mis mijn pubers, maar weet ook dat het goed is dat ze mij steeds minder nodig hebben en steeds beter hun eigen plek in de wereld vinden. Maar jeetje, wat is het soms stil.
Dit artikel is geïnspireerd op een artikel van Grown and Flown



