Het vooroordeel over het mbo is nog steeds groot. Niet door de maatschappij, maar door ouders. Die willen liever dat hun kind naar de havo of het hbo gaat.
‘Hoezo mbo? Daar wilden we ons kind toch niet naartoe sturen?’ ‘Het mbo is het afvoerputje van het onderwijs, een school voor losers.’ ‘Het mbo is alleen voor domme kinderen.’ ‘Jouw kind kan straks niks met haar mbo-diploma.’
Bovenstaande uitspraken verzin ik niet, ze zijn allemaal tegen ons gezegd toen mijn jongste naar het mbo ging. Door ouders! We hadden toen al vier jaar gedeald met het vmbo-stigma: het vmbo stelt niks voor, je kind gaat toch wel door naar de havo? Mijn dochter ging naar het mbo. Daar kon ze eindelijk kiezen wat zij wilde studeren, in plaats van dat ze gedwongen werd om vakken te volgen waar ze nul interesse in had – iets wat ik heel goed begrijp.
Vooroordelen over mbo
Wat ik niet begrijp waren de reacties die we kregen op haar keuze. En eerlijk is eerlijk, al die opmerkingen brachten me aan het twijfelen. Moesten we haar toch niet naar de havo duwen? Was dat niet beter? Zou ze überhaupt op het mbo iets leren? Dat laatste dacht ik toen een moeder zich minachtend over het mbo uitliet. Haar zoon had op de havo niks gedaan en zat nu op het mbo. Ze wist zeker dat hij daar niks leerde. Ze meende het. Haar zoon studeerde overigens netjes af aan de mbo-opleiding Handel en Economie en heeft nu een lucratief online bedrijfje in tweedehands sneakers.
Het vooroordeel over het mbo was toen mijn puber er vijf jaar geleden naartoe ging behoorlijk groot. En dat is het nu nog steeds. Niet door de maatschappij, het is nu echt wel duidelijk hoe zeer we mbo’ers nodig hebben en hoe cruciaal hun rol in onze maatschappij is, maar door ouders. Ouders zien nog steeds hun kind liever naar de havo of het hbo gaan, dan naar het mbo.
Waardering door ouders voor mbo
Wat ouders nog te vaak denken is dat het mbo niks voorstelt, dat het een laag niveau is. Maar intelligentie wordt niet bepaald door je onderwijstype. Veel mbo-opleidingen vergen complexe vaardigheden en veel mbo’ers hebben specialistische vaardigheden. Bovendien is niet elk kind gelukkig in een theoretische leeromgeving zoals havo of vwo; praktijkgericht leren past bij veel jongeren beter.
De waardering die kinderen voor het mbo hebben, hangt ook af van hoe hun ouders ertegenaan kijken. Als thuis wordt gezegd dat het ‘maar mbo is’ hoe kan een kind er dan trots op zijn? Ik herken de (voor)oordelen, want ik had ze ook. Maar ik zag gelukkig ook hoe mijn kind al snel een zelfverzekerde student werd, die weet wat ze kan, wat ze wil, en wat ze waard is.
Het mbo is méér
Het mbo is overigens geen school waar alleen kappers, elektriciens en zorgprofessionals worden opgeleid – iets wat steeds weer in de media wordt aangehaald als het over het mbo gaat. Er zijn meer dan driehonderd opleidingen. Ook dansers, visagisten, rappers, muzikanten, modeontwerpers, eventproducers, radiopresentatoren, marketeers, juridisch medewerkers, theatermakers, vormgevers, scheepwerktuigkundigen, laboranten en game-ontwikkelaars kunnen van het mbo komen. Het mbo is zowel een prachtig startpunt voor pubers, als een eindpunt. Met een mbo-diploma op zak ligt de wereld aan hun voeten. Veel mbo-studenten vinden na hun studie, of al tijdens hun stage, dan ook snel een baan.
Daarom, lieve ouders, als je puber voor het mbo kiest, moedig ze aan. Je puber kiest niet voor minder, maar voor méér: meer kansen en meer impact. En voor een toekomst waarin ze het verschil kunnen maken. Wees daar trots op.



