Wat als je 18-jarige dochter wordt vermist en elk spoor ontbreekt?

Corries dochter Tanja Groen was 18 jaar toen ze in 1993 ‘s nachts van de studentensoos naar huis fietste. Daar kwam ze echter nooit aan. Nu weet nog steeds niemand wat er met haar is gebeurd. 

Corrie: “Elk jaar in september is er een dienst voor Tanja. Het is geen herdenkingsdienst, want herdenken doe je als iemand is overleden. We denken áán haar, staan stil bij haar leven, bij wie ze was en bij wat ze voor ons heeft betekend. Ook dit keer zat de kerk weer vol met vrienden en familie. Er waren bloemen van haar studentenvereniging en de rechercheur die op haar zaak zat was er met zijn vrouw. Hij vertelde dat het verhaal van Tanja hem niet loslaat. Dat hij als hij op vakantie gaat de eerste nacht altijd over haar droomt. Het was een enorm verdrietige dag, maar dat er zo veel mensen waren vond ik heel fijn.”

Er klopte iets niet

“Op dinsdagmiddag belde Tanja. Het was een kort gesprek, ze belde even snel vanuit het postkantoor omdat ze nog geen telefoon had. Ze vertelde over de ontgroeningsweek van de studentenvereniging waar ze zich bij had aangesloten. Ze was verkouden, haar stem klonk hees. We lachten omdat ze haar kleren verkeerd had gewassen en alles grijs was geworden. ‘Dag lieve mam’, dat waren haar laatste woorden. Die vrijdag zou ze om twee uur ’s middags thuiskomen. De trein had ik al voorbij zien komen, we wonen vlak bij het spoor, maar Tanja zat er niet in.”

“Ik maakte me niet meteen zorgen, ondanks dat het voor Tanja niets was om een afspraak niet na te komen. Maar ze was ook net achttien, net verhuisd naar een nieuwe stad, net het studentenleven in gestapt, dus dat dingen anders konden lopen vond ik niet zo gek. Zelfs toen een vriendin belde om te vragen of Tanja bij ons was omdat ze haar al twee dagen niet had gezien, maakte ik me geen zorgen. Zo’n ontgroeningsweek is chaotisch, misschien waren ze elkaar door de drukte misgelopen.”

Onbestemd gevoel

“Aan het einde van de middag belden we toch naar de huisbaas. Zijn ouders woonden vlakbij, hij zou hen vragen even langs te gaan. Tanja was er niet, maar al haar spullen lagen er nog en uit niets bleek dat ze weg was. Dat vond ik raar. Voor het eerst die middag dacht ik: dit klopt niet. Er is iets aan de hand. ’s Avonds belden we
de politie, maar daar werden we afgewimpeld. Een achttienjarige liep wel vaker weg en kwam altijd wel weer terug. We belden ziekenhuizen in de omgeving, haar vriendinnen en elk halfuur liepen we naar het station om te kijken of ze in de trein zat. Toen de laatste trein was geweest kreeg ik een onbestemd gevoel, Tanja zou nooit zomaar wegblijven.”

“Die nacht sliepen we amper. Een paar weken eerder had ik vreemd genoeg gedroomd dat Tanja was verdwenen en ik haar nergens kon vinden. Vlak voordat ik wakker werd was ze er ineens weer en zei ze: ‘Mam, maak je geen zorgen, ik mankeer niks, het is goed.’ Ik ben vrij nuchter, maar aan die droom hield ik me de eerste dagen vast.”

Gissen en zoeken

“Wat er precies is gebeurd met Tanja weet niemand. Op dinsdagavond is ze voor het laatst gezien. Ze stond om kwart over twaalf met een paar mensen buiten bij de studentensoos te praten. Iemand heeft nog gezegd dat ze zachtjes moest doen voor de buren. Daarna is ze op haar fiets gesprongen. Honderd meter hebben ze haar
zien fietsen, de straat uit en de bocht om. Vanaf dat moment is ze spoorloos. Ze is nooit aangekomen bij haar kamer. Er is ook nooit iets van Tanja teruggevonden, geen fiets, geen kledingstuk, geen lichaam, helemaal niks.”

“Nadat ze vrijdag niet thuis was gekomen zijn we de volgende dag naar Maastricht gegaan. We wilden iets doen, móésten iets doen. We zijn daar naar de politie gegaan, die ons gelukkig dit keer wél serieus nam, en zijn gaan rondlopen, zoeken en met haar vrienden gaan praten. Maar niemand kon ons meer vertellen dan dat moment waarop ze voor het laatst was gezien, wegfietsend. We probeerden alle sporen te volgen. Het was gissen, ze woonde net een week in Maastricht. We hadden geen idee waar we moesten beginnen.”

“Aan het einde van de dag gingen we naar haar kamertje. Haar grijze kleren waar ze het in dat laatste telefoongesprek over had gehad hingen te drogen, een blauw vestje dat ze die dag had aangehad hing over de stoel. Op haar bureau lag een plastic tasje met pennen erin. Toen ik dat zag, moest ik huilen. Die pennen had ze gekocht voor haar studie. Ze had er zo naar uitgekeken, naar haar nieuwe leven. De hele zomer had ze het erover gehad. En nu stond ik met dat zakje in mijn handen en wist niet eens of ze nog wel in leven was.”

Honderden tips

“Tanja was een lief en vrolijk kind, onze jongste – we hebben nog een zoon en twee dochters. Van alle kinderen leek zij het meest op mij. We zijn beiden open, extravert. Als ze uit was gegaan vertelde ze daar altijd honderduit over. Ze was ook echt een jongste kind: onbezorgd, sociaal, ze fladderde door het leven. Dat ze zou zijn weggelopen, wat de politie in eerste instantie dacht, kon ik me dan ook niet voorstellen.”

“Over wat er kan zijn gebeurd hebben we de afgelopen dertig jaar allerlei scenario’s bedacht, maar we komen steeds terug bij de harde feiten: we weten het niet. Door de jaren heen zijn er honderden tips gekomen en elke tip werd serieus genomen. Er zijn opgravingen gedaan, speurhonden en helikopters ingezet, televisieprogramma’s
ingeschakeld, Peter R. de Vries heeft zich erover gebogen en we zijn zelfs met de politie in het huis van Dutroux geweest om te kijken of daar een aanknopingspunt was. Niks vinden is gekmakend en frustrerend, iedere ouder wil weten wat er met zijn kind is gebeurd. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat Tanja nog leeft, maar dat hardop uitspreken doe ik niet. De zin ‘stel dat…’ zit altijd in mijn achterhoofd. Zolang ze niet is gevonden, kan ik haar niet loslaten.”

Durven te lachen

“In het begin stonden we in de overlevingsstand, de dagen gingen in elkaar over zonder dat we dat doorhadden. Het werd winter, lente en ineens was het weer zomer. Als ik iemand in de stad zag lopen die haar postuur had of net als zij ook lang donker haar had, schrok ik: daar is ze. Het was een verwarrende tijd. Het liefst had ik in bed willen blijven liggen, weg van alles, maar we hadden nog drie kinderen en voor hen moest ik er gewoon zijn. Zij hadden ook verdriet om hun zusje.”

“En hoewel ik het soms moeilijk vond, heb ik ontzettend mijn best gedaan om het thuis gezellig te maken, om te zorgen dat hun verhalen niet zouden verdrinken in ons verdriet. Dat ze zich vrij zouden voelen om te lachen, om te vertellen wat voor leuke dingen ze hadden gedaan. Soms was dat pijnlijk; ze deden dingen die Tanja nooit meer zou kunnen doen. En soms bracht het ook de lucht die we nodig hadden. Het was ook nodig om te lachen, om door te leven.”

“Wat ook mijn redding is geweest, is mijn oppaskind. Een klein jongetje op wie ik al sinds zijn geboorte paste. Hij bracht letterlijk weer leven in ons huis. Hij wilde  rennen, spelen, moest eten, hij had helemaal geen boodschap aan ons verdriet. Dat was confronterend – het leven ging dus gewoon door, maar achteraf gezien ook heel fijn. Met kleine stapjes stapte ik weer terug mijn leven in.”

Boosheid en strijdlust

“Mijn man en ik gaan beiden op een andere manier met ons verdriet om. Dat we het samen hebben gered is ontzettend fijn, maar dat is niet vanzelf gegaan, daar hebben we hulp bij gehad. Ik praat makkelijk en graag over Tanja, mijn man is een binnenvetter. We hebben moeten leren dat het goed is om de ander zijn eigen verdriet te laten hebben en tegelijkertijd om ook steeds de verbinding te blijven zoeken. Na al die jaren kunnen we beter onze grenzen aangeven en weten we wat voor ons werkt. Op de fiets kunnen we bijvoorbeeld beter praten. Als het ons even te veel wordt gaan we een weekend weg. Om uit te waaien, maar ook om al fietsend weer tot elkaar te komen.”

“Dertig jaar is lang. Tanja is er nu langer níét meer dan dat ze er wel was. Het missen wordt niet minder, iets wat veel mensen denken, eerder meer. Zo veel hoogtepunten waar ze niet bij was, zo veel momenten waarop ik dacht: wat had ze dit leuk gevonden. Of: had ze hier maar bij kunnen zijn. Het verdriet om mijn dochter is een deel van mijn leven geworden. Net zoals de boosheid om wat er is gebeurd. Waarom kunnen we haar niet vinden? Die boosheid maakt me ook strijdlustig. Ik blijf over Tanja vertellen. Ik vind het te makkelijk voor de dader als wij stil zijn, als we haar verhaal niet vertellen. En tegelijkertijd denk ik: ik ben 79, wat als niemand zijn mond opendoet? Hoe lang hebben we nog? Die gedachte boort een nieuwe laag aan in mijn verdriet: sterven zonder te weten wat er met mijn dochter is gebeurd. Het zou voor mij onverteerbaar zijn.”

Niet gebroken

“Ons leven is getekend door die ene dag in september. Ik heb een leven voor en na de verdwijning van Tanja. Laatst nam mijn man bloemen mee uit de moestuin die we hebben. Hij zette een klein bosje bij de foto van Tanja die op de kast staat. Het is zijn manier om dicht bij haar te zijn. Zoals ik dat elke avond doe als ik ga slapen en welterusten tegen haar zeg. Een van de bloemen hing over het vaasje heen. Dat zijn wij, dacht ik. We zijn geknakt, maar niet gebroken. Zolang onze dochter niet is gevonden, blijven we rechtop staan.”

Dit interview stond eerder in Margriet. Lees hier meer over de zaak van Tanja Groen.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

We spammen niet! Lees ons privacybeleid voor meer info.

Advertentie

Heb je ons huiswerkhandboek al besteld?

Ook leuk:

Die eerste vakantie zonder ouders is zo veelbetekenend

Kun je je die eerste vakantie zonder ouders nog herinneringen? En hoe geweldig dat was? Het is de vakantie waar je het over dertig...

Voorwerpen die jij heel goed kent, maar nu hopeloos ouderwets zijn

De tijd gaat zo snel. Het leek wel gisteren dat we nog met zijn allen gebruik maakten van deze voorwerpen, die nu nergens meer...

45 redenen waarom pubers niet mogen zeuren als ze met ons op vakantie gaan

Onze pubers hebben helemaal geen reden tot klagen vinden we. Want dat gezeur en gezever over de autorit naar het zuiden, het eten aldaar,...

Waarom elk meisje ‘Hou je bek en bef me’ zou moeten zingen

'Hou je bek en bef me’, het heerlijke poppy nummer van zangeres Merol stuit nogal op wat tegenstand. Op social media wordt ze uitgemaakt...

Deze stotterende tiener krijgt hulp van zijn leraar

Praten in het openbaar is doodeng, laat staan wanneer je stottert. De tiener Musharaf, afgekort Mushy, weet daar alles van. Wanneer zijn docent James Martin...

Omdenken: laat je puber jou betalen voor het werk dat jij allemaal doet

Met pubers in huis is je rol als ouder steeds minder verzorgend en steeds meer ondersteunend. En dat lijkt misschien heel vanzelfsprekend, totdat je...

Daniël (14) heeft Down; vraag hem iets over muziek en hij weet alles!

De drie zoons van Sylvie spelen graag 'raad het nummer' met Spotify. Zij bakt er geen barst van, maar Daniël met Down is er...

Als je zelf een vreselijke puber bent geweest en nu zelf een braaf exemplaar hebt

Toen Isabelle de leeftijd van haar dochter had rookte ze, had ze al dronken op een bar gestaan, én aan een joint gelurkt. Haar...

Waarom die filmkeuring zo belachelijk is

Martine's dochter kwam woedend uit de bioscoop. Ze mocht de film niet binnen, want was met dertien te jong voor IT 2. Martine vraagt...

Vader bindt de strijd aan met de grafische rekenmachine en vindt gehoor bij de minister

'Gekkigheid', zo noemt vader van vier pubers Arjen van Gijssel het verplicht aanschaffen van de grafische rekenmachines in de bovenbouw van havo en vwo....

Wat pubers roepen als ze weer eens iets kwijt zijn

Als de puberzoon van Margriet zijn fietssleutel/mobieltje/oortjes/rugzak kwijt is, is dat reden om van alles te roepen. En natuurlijk moet zijn moeder het dan...

Op zoek naar de gebruiksaanwijzing van je kind? Die hebben wij!

Je staat er misschien niet bij stil, maar op een dag heb je niet meer een fris en gezellig kind in huis, maar een...

Mijn pubers willen niet opruimen, dus ik heb nu een werkster

Martine was de zooi van de pubers zo zat, dat de sfeer in huis eronder leed. De werkster kwam, schudde haar hoofd en zuchtte....