Wat als je 18-jarige dochter wordt vermist en elke spoor ontbreekt?

Corries dochter Tanja Groen was 18 jaar, toen ze op een nacht van de studentensoos naar huis fietste. Daar kwam ze echter nooit aan. Nu, 26 jaar later, weet nog steeds niemand wat er met haar is gebeurd. Vandaag lanceerde Peter R. de Vries een crowdfunding voor 1 miljoen euro aan vindersloon. Saskia interviewde Tanja’s moeder Corrie een paar jaar geleden.

Corrie: “Elk jaar in september is er een dienst voor Tanja. Het is geen herdenkingsdienst, want herdenken doe je als iemand is overleden. We denken áán haar, staan stil bij haar leven, bij wie ze was en bij wat ze voor ons heeft betekend. Ook dit keer zat de kerk weer vol met vrienden en familie. Er waren bloemen van haar studentenvereniging en de rechercheur die op haar zaak zat was er met zijn vrouw. Hij vertelde dat het verhaal van Tanja hem niet loslaat. Dat hij als hij op vakantie gaat de eerste nacht altijd over haar droomt. Het was een enorm verdrietige dag, maar dat er zo veel mensen waren vond ik heel fijn.”

“Bij haar fotostond een vaas met 25 witte rozen, de lievelingsbloem van Tanja. De studentenkamer waarin ze destijds woonde had ze bordeauxrood met wit geschilderd. Toen we, nadat ze was verdwenen, in dat kamertje stonden, stond op de vensterbank een bordeauxrood vaasje met daarin een bosje witte rozen. Het ontroerde me, ze had het gezellig gemaakt, was klaar om te beginnen aan haar nieuwe leven als student in Maastricht.”

Er klopte iets niet

“Op dinsdagmiddag belde Tanja. Het was een kort gesprek, ze belde even snel vanuit het postkantoor omdat ze nog geen telefoon had. Ze vertelde over de ontgroeningsweek van de studentenvereniging waar ze zich bij had aangesloten. Ze was verkouden, haar stem klonk hees. We lachten omdat ze haar kleren verkeerd had gewassen en alles grijs was geworden. ‘Dag lieve mam’, dat waren haar laatste woorden. Die vrijdag zou ze om twee uur ’s middags thuiskomen. De trein had ik al voorbij zien komen, we wonen vlak bij het spoor, maar Tanja zat er niet in.”

“Ik maakte me niet meteen zorgen, ondanks dat het voor Tanja niets was om een afspraak niet na te komen. Maar ze was ook net achttien, net verhuisd naar een nieuwe stad, net het studentenleven in gestapt, dus dat dingen anders konden lopen vond ik niet zo gek. Zelfs toen een vriendin belde om te vragen of Tanja bij ons was omdat ze haar al twee dagen niet had gezien, maakte ik me geen zorgen. Zo’n ontgroeningsweek is chaotisch, misschien waren ze elkaar door de drukte misgelopen.”

Onbestemd gevoel

“Aan het einde van de middag belden we toch naar de huisbaas. Zijn ouders woonden vlakbij, hij zou hen vragen even langs te gaan. Tanja was er niet, maar al haar spullen lagen er nog en uit niets bleek dat ze weg was. Dat vond ik raar. Voor het eerst die middag dacht ik: dit klopt niet. Er is iets aan de hand. ’s Avonds belden we
de politie, maar daar werden we afgewimpeld. Een achttienjarige liep wel vaker weg en kwam altijd wel weer terug. We belden ziekenhuizen in de omgeving, haar vriendinnen en elk halfuur liepen we naar het station om te kijken of ze in de trein zat. Toen de laatste trein was geweest kreeg ik een onbestemd gevoel, Tanja zou nooit zomaar wegblijven.”

“Die nacht sliepen we amper. Een paar weken eerder had ik vreemd genoeg gedroomd dat Tanja was verdwenen en ik haar nergens kon vinden. Vlak voordat ik wakker werd was ze er ineens weer en zei ze: ‘Mam, maak je geen zorgen, ik mankeer niks, het is goed.’ Ik ben vrij nuchter, maar aan die droom hield ik me de eerste dagen vast.”

Gissen en zoeken

“Wat er precies is gebeurd met Tanja weet niemand. Op dinsdagavond is ze voor het laatst gezien. Ze stond om kwart over twaalf met een paar mensen buiten bij de studentensoos te praten. Iemand heeft nog gezegd dat ze zachtjes moest doen voor de buren. Daarna is ze op haar fiets gesprongen. Honderd meter hebben ze haar
zien fietsen, de straat uit en de bocht om. Vanaf dat moment is ze spoorloos. Ze is nooit aangekomen bij haar kamer. Er is ook nooit iets van Tanja teruggevonden, geen fiets, geen kledingstuk, geen lichaam, helemaal niks.”

“Nadat ze vrijdag niet thuis was gekomen zijn we de volgende dag naar Maastricht gegaan. We wilden iets doen, móésten iets doen. We zijn daar naar de politie gegaan, die ons gelukkig dit keer wél serieus nam, en zijn gaan rondlopen, zoeken en met haar vrienden gaan praten. Maar niemand kon ons meer vertellen dan dat moment waarop ze voor het laatst was gezien, wegfietsend. We probeerden alle sporen te volgen. Het was gissen, ze woonde net een week in Maastricht. We hadden geen idee waar we moesten beginnen.”

“Aan het einde van de dag gingen we naar haar kamertje. Haar grijze kleren waar ze het in dat laatste telefoongesprek over had gehad hingen te drogen, een blauw vestje dat ze die dag had aangehad hing over de stoel. Op haar bureau lag een plastic tasje met pennen erin. Toen ik dat zag, moest ik huilen. Die pennen had ze gekocht voor haar studie. Ze had er zo naar uitgekeken, naar haar nieuwe leven. De hele zomer had ze het erover gehad. En nu stond ik met dat zakje in mijn handen en wist niet eens of ze nog wel in leven was.”

Honderden tips

“Tanja was een lief en vrolijk kind, onze jongste – we hebben nog een zoon en twee dochters. Van alle kinderen leek zij het meest op mij. We zijn beiden open, extravert. Als ze uit was gegaan vertelde ze daar altijd honderduit over. Ze was ook echt een jongste kind: onbezorgd, sociaal, ze fladderde door het leven. Dat ze zou zijn weggelopen, wat de politie in eerste instantie dacht, kon ik me dan ook niet voorstellen.”

“Over wat er kan zijn gebeurd hebben we de afgelopen 25 jaar allerlei scenario’s bedacht, maar we komen steeds terug bij de harde feiten: we weten het niet. Door de jaren heen zijn er honderden tips gekomen en elke tip werd serieus genomen. Er zijn opgravingen gedaan, speurhonden en helikopters ingezet, televisieprogramma’s
ingeschakeld, Peter R. de Vries heeft zich erover gebogen en we zijn zelfs met de politie in het huis van Dutroux geweest om te kijken of daar een aanknopingspunt was. Niks vinden is gekmakend en frustrerend, iedere ouder wil weten wat er met zijn kind is gebeurd. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat Tanja nog leeft, maar dat hardop uitspreken doe ik niet. De zin ‘stel dat…’ zit altijd in mijn achterhoofd. Zolang ze niet is gevonden, kan ik haar niet loslaten.”

Durven te lachen

“In het begin stonden we in de overlevingsstand, de dagen gingen in elkaar over zonder dat we dat doorhadden. Het werd winter, lente en ineens was het weer zomer. Als ik iemand in de stad zag lopen die haar postuur had of net als zij ook lang donker haar had, schrok ik: daar is ze. Het was een verwarrende tijd. Het liefst had ik in bed willen blijven liggen, weg van alles, maar we hadden nog drie kinderen en voor hen moest ik er gewoon zijn. Zij hadden ook verdriet om hun zusje.”

“En hoewel ik het soms moeilijk vond, heb ik ontzettend mijn best gedaan om het thuis gezellig te maken, om te zorgen dat hun verhalen niet zouden verdrinken in ons verdriet. Dat ze zich vrij zouden voelen om te lachen, om te vertellen wat voor leuke dingen ze hadden gedaan. Soms was dat pijnlijk; ze deden dingen die Tanja nooit meer zou kunnen doen. En soms bracht het ook de lucht die we nodig hadden. Het was ook nodig om te lachen, om door te leven.”

“Wat ook mijn redding is geweest, is mijn oppaskind. Een klein jongetje op wie ik al sinds zijn geboorte paste. Hij bracht letterlijk weer leven in ons huis. Hij wilde  rennen, spelen, moest eten, hij had helemaal geen boodschap aan ons verdriet. Dat was confronterend – het leven ging dus gewoon door, maar achteraf gezien ook heel fijn. Met kleine stapjes stapte ik weer terug mijn leven in.”

Boosheid en strijdlust

“Mijn man en ik gaan beiden op een andere manier met ons verdriet om. Dat we het samen hebben gered is ontzettend fijn, maar dat is niet vanzelf gegaan, daar hebben we hulp bij gehad. Ik praat makkelijk en graag over Tanja, mijn man is een binnenvetter. We hebben moeten leren dat het goed is om de ander zijn eigen verdriet te laten hebben en tegelijkertijd om ook steeds de verbinding te blijven zoeken. Na al die jaren kunnen we beter onze grenzen aangeven en weten we wat voor ons werkt. Op de fiets kunnen we bijvoorbeeld beter praten. Als het ons even te veel wordt gaan we een weekend weg. Om uit te waaien, maar ook om al fietsend weer tot elkaar te komen.”

“25 jaar is lang. Tanja is er nu langer níét meer dan dat ze er wel was. Het missen wordt niet minder, iets wat veel mensen denken, eerder meer. Zo veel hoogtepunten waar ze niet bij was, zo veel momenten waarop ik dacht: wat had ze dit leuk gevonden. Of: had ze hier maar bij kunnen zijn. Het verdriet om mijn dochter is een deel van mijn leven geworden. Net zoals de boosheid om wat er is gebeurd. Waarom kunnen we haar niet vinden? Die boosheid maakt me ook strijdlustig. Ik blijf over Tanja vertellen. Ik vind het te makkelijk voor de dader als wij stil zijn, als we haar verhaal niet vertellen. En tegelijkertijd denk ik: ik ben 74, wat als niemand zijn mond opendoet? Hoe lang hebben we nog? Die gedachte boort een nieuwe laag aan in mijn verdriet: sterven zonder te weten wat er met mijn dochter is gebeurd. Het zou voor mij onverteerbaar zijn.”

Niet gebroken

“Ons leven is getekend door die ene dag in september. Ik heb een leven voor en na de verdwijning van Tanja. Laatst nam mijn man bloemen mee uit de moestuin die we hebben. Hij zette een klein bosje bij de foto van Tanja die op de kast staat. Het is zijn manier om dicht bij haar te zijn. Zoals ik dat elke avond doe als ik ga
slapen en welterusten tegen haar zeg. Een van de bloemen hing over het vaasje heen. Dat zijn wij, dacht ik. We zijn geknakt, maar niet gebroken. Zolang onze dochter niet is gevonden, blijven we rechtop staan.”

(Dit interview stond eerder in Margriet)

Kijk hier voor de crowdfunding voor het vinden van Tanja Groen.

close

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

We spammen niet! Lees ons privacybeleid voor meer info.


Heb je ons huiswerkhandboek al besteld?

Ook leuk:

30 redenen waarom het leven voor puberjongens niet altijd makkelijk is

Wij snappen ook wel dat het leven als puber niet heel makkelijk is, want wij ouders zijn immers ook jong geweest. Vandaar deze opsomming...

21 tekenen dat pubers zich niks aantrekken van het weer

Pubers hebben zo hun eigen opvattingen over hoe te handelen bij de diverse weertypen. Regen of zonneschijn, de puber trekt gewoon zijn eigen plan.  1....

Goed idee: klaaglijn voor pubers zodat ze jou niet de hele tijd lastigvallen

Hou het thuis gezellig en schakel voor pubers de puberklaaglijn in. Daar kunnen ze alles droppen wat hun dwars zit zonder jou lastig te...

Genoeg van je pubers? Deze paaldansende eenhoorn maakt alles goed

Werkt altijd: als je even genoeg hebt van die pubers kijk je een grappige video. Van een eenhoorn die paaldanst bijvoorbeeld. Niet alleen moet...

17 dingen die pubers BIJNA doen in de vakantie

Kerstvakantie in lockdowntijd, dan staan de pubers op standje vakantie-plús en liggen de hele dag in hun bed of op de bank en komen...

Pubers, privacy en social media, een lastig gebied voor ouders

We willen onze pubers best wat privacy geven. En dus stormen we niet zomaar hun kamer in, of de badkamer als ze aan het...

De nieuwste vraag in het puber-repertoire: ‘Zijn er nog mondkapjes?’

Mondmaskers zijn verplicht in publieke ruimten. Ook scholen willen steeds vaker dat leerlingen een mondkapje opzetten. Maar ja, die vergeetachtige pubers. Martine zocht en...

Ripdeal, pijpen, bitches; mijn pubers zingen hierover luidkeels mee

De pubers van Saskia zijn dol op muziek en brengen met enige regelmaat een groot deel van de dag zingend door. Ook de wat...

30 dingen die pubers op Moederdag aan hun vader vragen

Heerlijk hoor, Moederdag. Uitslapen, de boel de boel laten, niks doen. Je hoeft je zelfs niet te bemoeien met je pubers. Die vinden hun...