Door de vechtscheiding van zijn ouders kreeg Nick op zijn negentiende een burn out

Midden in de vuurlinie van je vechtende ouders terechtkomen

Nick was 15 toen zijn ouders uit elkaar gingen en vanaf dat moment geen goed woord meer voor de ander over hadden. Ze hadden niet eens zozeer ruzie over de inboedel of de omgangsregeling, maar maakten elkaar vooral zwart. Nick, nu 22 jaar, en zijn zus zaten drie jaar lang midden in de vuurlinie van hun ouders. ‘Alle frustraties, boosheid en teleurstellingen werden op ons afgereageerd.’

Dit artikel gaat door onder de afbeelding

300x250

Een paar maanden geleden verhuisde ik naar een andere studentenkamer. Toen ik aan het inpakken en opruimen was vond ik een familiefoto die een paar maanden voor de scheiding is gemaakt. We waren die dag naar het strand geweest en aan het einde maakte mijn vader nog even snel een foto van ons allemaal. Een familieselfie. Waarop hij nota bene zijn arm om mijn moeder heeft geslagen, iets wat hij normaal eigenlijk niet deed. Ik schrok eerlijk gezegd van die foto, ik was vergeten dat we ooit een gewoon gezin waren. Ik kan me mijn ouders helemaal niet meer samen voorstellen, daarom zag deze foto er ook zo vreemd uit. Het leek een plaatje uit een heel ander leven.

Dat mijn ouders gingen scheiden vond ik niet eens zo erg, het gedoe later er omheen, dát vond ik verschrikkelijk. Ik was vijftien toen mijn ouders uit elkaar gingen. Ergens snapte ik dat wel, ze waren heel verschillend. Ze hadden verschillende interesses en verschillende karakters. Ik denk dat mijn vader zich opgesloten voelde in zijn huwelijk. Al heel lang. Eerlijk gezegd denk ik dat hij veel eerder wilde scheiden, maar heeft hij gewacht tot mijn zus en ik min of meer oud genoeg waren. En waar wij de breuk min of meer al hadden zien aankomen kwam die voor mijn moeder als donderslag bij heldere hemel.

Mijn ouders hadden bijna nooit ruzie. Ze gingen eigenlijk heel gemoedelijk met elkaar om. Niet overdreven aanhankelijk of lief, maar ze behandelden elkaar met respect. Misschien waren ze wel meer broer en zus dan geliefden. Ik heb een leuke jeugd gehad, het was gezellig thuis. Als gezin deden we leuke dingen, maar mijn ouders gingen er samen nooit op uit. Uitgaan, eten met vrienden, sporten, dat deden ze apart. De dag dat mijn vader zijn koffers pakte was ik op school. Toen ik thuiskwam vond ik mijn moeder schreeuwend in de gang, totaal in paniek. Mijn zus was die dag op een excursie met haar klas en kwam pas ’s avonds laat thuis. Ik had mijn moeder nog nooit zo gezien. Ze huilde aan een stuk door. Ik wist niet wat ik moest doen, probeerde mijn vader te bellen, maar die nam niet op. Uiteindelijk zijn mijn opa en oma gekomen, die hebben mijn moeder kunnen kalmeren.

De eerste weken kabbelde ons leven voort. Mijn vader hield gepaste afstand, mijn grootouders en tantes bekommerden zich om mijn moeder. Wat ik moeilijk vond was dat zij geen goed woord overhadden voor mijn vader. De man die ze altijd goed genoeg hadden gevonden was in hun ogen nu niks meer waard. Mijn opa zei letterlijk: ‘Ik hoop dat hij morgen dood neervalt.’ En daar zaten mijn zus en ik gewoon bij. Wij waren net zo boos en verdrietig, maar daar werd helemaal geen rekening mee gehouden. Wat ik ook heel moeilijk vond was dat mijn vader had gezegd dat het hem beter leek als we een paar weken geen contact zouden hebben. Hij woonde tijdelijk bij een vriend en zodra hij een eigen huis had konden we naar hem toe.

Mijn vader belde wel, maar dat voelde altijd heel ongemakkelijk. Op school mochten we geen telefoons hebben daarom belde hij als ik thuis was. En als mijn moeder dus in de buurt was. Dat waren rare gesprekken. Omdat ik niet wilde laten weten dat ik hem aan de telefoon had was ik kortaf. Ook uit loyaliteit naar mijn moeder toe. Ze had zich in een slachtofferrol gewenteld en ik had medelijden met haar. Maar ondertussen miste ik mijn vader ook heel erg. Gek genoeg was de scheiding snel geregeld en kwam er een omgangsregeling. Elke week waren we twee dagen bij mijn vader. Eigenlijk is het vanaf toen bergafwaarts gegaan.

Het is moeilijk voor te stellen dat mensen die elkaar ooit lief hebben gehad zo haatdragend naar elkaar kunnen zijn. Het begon met kleine opmerkingen. Mijn vader die zei dat mijn moeder gek was, mijn moeder die zei dat mijn vader een slappe zak was. Maar na een jaar zaten mijn zus en ik in een soort vuurlinie. Alle frustraties, boosheid en teleurstellingen werden op ons afgereageerd. Mijn moeder kon het niet verdragen dat mijn vader bij haar was weggegaan, mijn vader vond dat hij te lang bij mijn moeder was gebleven. Ze gaven elkaar de schuld van het ongelukkige gevoel dat ze hadden, van het mislukken van hun leven. Zonder te kijken wat hun eigen aandeel daarin was geweest. Mijn ouders zag ik als schappelijke, redelijke mensen, maar nu leken het net twee ruziënde peuters. Als de een iets zei ging de ander daar dan net even iets harder tegenin.

Bij mijn moeder mocht ik de naam van mijn vader niet meer noemen. En ook ‘papa’ wilde ze niet meer horen. ‘Die man is geen vader’, zei ze dan. Mijn vader was op zijn beurt ons aan het uithoren hoe het thuis ging en zei dan dat hij bureau Jeugdzorg in zou schakelen omdat ze een incompetente moeder was. Toen mijn moeder dat hoorde dreigde ze dat ze via de rechter zou regelen dat wij die man nooit meer zouden zien. Het was heel bedreigend allemaal. Ik wilde gewoon op een normale manier mijn beide ouders zien, maar nu moesten mijn zus en ik op eierschalen lopen. Elk woord wat we wilden zeggen moesten we afwegen. We wilden niemand voor het hoofd stoten, geen van onze ouders boos of verdrietig maken. Het resultaat was dat we niks neer zeiden. Als je het gevoel hebt dat alles wat je zegt tegen je kan worden gebruikt hou je op een gegeven moment gewoon je mond.

Mijn ouders waren zo met zichzelf bezig dat ze er niet aan dachten om hulp in te schakelen. Voor zichzelf en voor ons. Mijn zus bleef dat jaar zitten, ik ging van vwo naar havo. Mijn vader zei dat dat door de gekte van mijn moeder kwam, mijn moeder beweerde dat het de slechte genen van mijn vader waren. Wat ook niet hielp was dat de familie en vrienden net zo verdeeld waren als mijn ouders. Mijn hele leven was ineens gesplitst. Bij die tante kon ik het niet over mijn vader hebben, mijn ene oma vond mijn moeder hysterisch, mijn andere kon mijn vader wel schieten. Mijn ouders waren ook heel bedreven om mensen voor zich te winnen. Zelfs buren en ouders van mijn vrienden wisten ze op te splitsen. Nergens kon ik dus helemaal mezelf zijn.

Dat het zo lang heeft door kunnen gaan, de continue zwartmakerij, het dreigen, het niet naar ons willen luisteren, vind ik heel erg wrang. Hoe kun je je eigen kinderen niet zien staan? Hoe kun je niet naar ze luisteren? Mijn zus en ik leden ontzettend onder het gedrag van mijn ouders. Als we van het een naar het andere huis gingen waren we misselijk. Mijn zus had last van onverklaarbare buikpijn en lag soms wekenlang in bed, ik had woedeaanvallen. Niemand zag ons worstelen. Als ik een keer schreeuwde dat ik het niet meer aankon werd er tegen me gezegd dat ik me niet moest aanstellen. Zij hadden het pas zwaar, zij moesten dealen met ‘die gestoorde’ of met ‘die trut’.  De strijd tussen mijn ouders werd steeds erger, er kwamen vervelende telefoontjes midden in de nacht, mijn moeder deed aangifte omdat ze mijn vader beschuldigde van huiselijk geweld, mijn vader zorgde op zijn beurt dat mijn moeder geen geld meer kreeg.

Waar ik me nog het meeste over heb verbaasd is dat niemand ingreep. Niemand zei tegen mijn ouders dat ze moesten ophouden, iedereen ging met ze mee in hun gevecht om de ander helemaal kapot te maken. Niemand bekommerde zich om ons. Ook op school waar het helemaal niet goed ging zeiden ze: ‘Het zal wel meevallen.’ Maar het viel niet mee. En ondertussen vierden mijn zus en ik onze verjaardagen niet meer om gedoe te voorkomen en verstopten we brieven voor ouderavonden van school. Alles om een ruzie te voorkomen.  Drie jaar na de scheiding van mijn ouders ging ik op kamers wonen. De eerste avond in mijn studentenkamer zat ik in complete stilte, de rust voelde bijna angstaanjagend aan. Het was heel vreemd om niet meer midden in die strijd te staan, om te kunnen zeggen wat ik wilde. Ik kon de verantwoordelijkheid die ik voelde voor mijn ouders loslaten.

Ik stortte me in het studentenleven, studeerde hard en zag mijn ouders bijna niet meer. Ik vond mijn nieuwe leven geweldig, besteedde elke minuut intens. Dat ging een jaar goed. Ik voelde me al een tijd niet lekker en onrustig en op een dag kreeg ik hyperventilatieaanval. Ik dacht dat ik dood ging. In paniek belde ik mijn zus die me naar het ziekenhuis bracht. Mijn geluk was dat die dag een arts dienst had die gespecialiseerd was in stress. Hij zei: ‘Jij staat stijf van de stress. En al heel lang.’ Hij stelde de diagnose burn out. Op mijn negentiende! Een leeftijd dat je moet genieten van je vrijheid, van het op eigen benen staan, van het studentenleven. Nu moest ik het kalm aan doen, uitrusten, op bed liggen. Ik voelde me net een oude man, maar ik merkte ook aan mijn lichaam dat ik helemaal op was, dat alle energie weg was.

Via die arts kwam ik bij een pedagoog terecht die me uitlegde dat de rol die ik als kind had aangenomen veel te groot voor mij was. Ik dacht voor mijn vader en moeder, terwijl zij eigenlijk voor mij hadden moeten denken. Ze leerde me onderscheid maken in wat bij mij hoort en wat bij mijn ouders hoort. Ik ben bijna een jaar in therapie geweest, moest mezelf als het ware weer ontdekken. Dat heeft me overigens heel erg sterk gemaakt. Mijn therapeut zei op een van de laatste sessies tegen me: ‘Je bent weer in jezelf gezonken, je bent weer thuis.’ En zo voelde dat ook echt. Ik sta steviger in mijn schoenen, zorg dat ik niet de ballast van mijn ouders draag en weet beter wat ik wil. Ik ben lang boos op mijn ouders geweest, maar zag ook hun onvermogen. Dat ze hun kinderen letterlijk niet zagen staan neem ik ze kwalijk, maar ik weet ook hun acties een gevolg was van de keuzes die ze in hun leven hadden gemaakt. Mijn vader en moeder waren al heel lang ontevreden en ongelukkig over hun leven, al ver voor de scheiding. Maar ze durfden niet in te grijpen, niet het initiatief te nemen om dingen te veranderen. Door geen aandacht aan hun gevoel te geven is dat gaan groeien. Het is net een tumor, het kan heel lang woekeren en dan ineens heb je er last van en wordt je er ziek van.

Doordat ik dit heb geleerd kan ik met hun scheiding en de jaren daarna beter omgaan. Het was niet mijn schuld, het lag niet aan mij, iets wat ik heel lang heb gedacht. Nu mijn zus en ik zelfstandig wonen is hun strijd ook minder hevig. Wij waren toch een soort doorgeefluik naar de andere ouder toe. Ik heb met beiden een redelijk goede band, al denk ik dat we ook nog wel een weg hebben te gaan. Maar dat vind ik niet erg. Ik heb mijn leven op de rit, zit goed in mijn vel en ben emotioneel sterker dan ik ooit ben geweest. Ik probeer het zo gewoon zo positief mogelijk te zien. Als mijn ouders niet waren gaan scheiden had ik waarschijnlijk ook nooit de zoektocht naar mezelf gemaakt. Ik had alle ruzies en ellende echt willen missen, maar die zoektocht was een enorme verrijking.

Tags from the story
, ,
Lees ook
Geschreven door
More from Saskia Smith

Waarom mijn pubers vinden dat minister Blok maar eens bij hen op school moet komen kijken

Minister Blok maakte vorige week een behoorlijke faux pas ten aanzien van...
Lees verder