Wat ik tegen ouders van een kind met vwo-advies zou willen zeggen

Natuurlijk ben je blij dat je kind tot de beste tien procent hoort.

Dezer dagen schuifelt Martine met haar dochter door de gangen van de hoofdstedelijke lycea en gymnasia. Ze heeft de neiging om daar hoog over op te geven, net als veel andere ouders. Maar dat vwo-advies hoeft niet per se te betekenen dat je het ook echt haalt. 

Gisteren belandde ik tijdens de zoektocht naar een geschikte school voor mijn dochter op het Amsterdams Lyceum, een vwo-school die alle kanten 100 jaar ambitie en traditie ademt. De aula lijkt op de eetzaal van Zweinstein, met glas in lood en gewelven. Het is duwen en trekken in de gang, blijkbaar heeft half Amsterdam zijn zinnen gezet op een plekje op deze school. Waar als je slaagt, je naam wordt vereeuwigd in de gang.

Het geeft wel een goed gevoel dat je kind tot de tien procent slimsten van het land hoort en dat ze het eigenlijk wel verdient om in zo’n prachtige omgeving naar school te gaan. Je hebt de neiging hooggespannen verwachtingen te hebben, over een studie en over het verloop van de schoolcarrière. Je hebt zelfs de neiging daar zelfingenomen over te gaan doen.

Ik hoor de ene moeder tegen de andere opscheppen dat Max op zijn 5e al kon lezen. De andere moeder toept over met dat haar Stijn het ‘eigenlijk al gezien heeft op de basisschool’. Ik heb de neiging mij in het gesprek te mengen om te zeggen dat mijn dochter óók al op haar vijfde kon lezen en op de laatste cito overal 1+ had gescoord.

Gelukkig heb ik mijn moeder nog. Toen ik haar appte dat ze nu lekker kon opscheppen dat alle vijf haar kleinkinderen straks op het vwo zitten, appte ze terug: ‘Eerst maar even een diploma halen’. Ze heeft gelijk, want dat advies maar het begin is van een zes (of zeven, of acht) jaar durende reis waarvan je nog niet weet waar die gaat eindigen.

Je kind kan weliswaar op die prestigieuze school zitten, maar dat betekent niet dat hij gaat slagen. Dat je de basisschool met twee vingers in je neus kunt, betekent niet dat dat op het vwo gaat lukken. Is je kind lui aangelegd, dan kan het zo maar gebeuren dat hij helemaal geen vwo-kind blijkt te zijn, maar een luie havist.

Op het vwo zitten kinderen die graag de lat hoog leggen. Is je kind competitief aangelegd, dan zou hij graag mee willen doen. Let erop dat hij zich niet over de kop werkt. Laat ruimte voor sport en gezelligheid. Negens halen is mooi, maar een zeven is ook goed. Andersom is ook mogelijk. Kinderen kunnen bij het zien van zoveel ambitie besluiten om de handdoek in de ring te gooien.

De school doet grif mee aan de excellentie-gekte, door honoursprogramma’s samen te stellen of aan te moedigen een extra vak of extra taal te volgen. Geef je kind mee dat een vwo-diploma mooi genoeg is. Mij hebben ze na 1987 echt nog nooit gevraagd wat ik nou voor wiskunde had op mijn eindlijst (voor wie het wil weten: het was een 5).

En al gaat je kind de eerste jaren als een speer, op een gegeven moment gaat ook die studiebol meer belangstelling voor andere dingen krijgen dan school. Want hé, het wordt een puber. Meisjes, jongens, drank, blowen, de garageband waar hij in zit en het zaterdagbaantje eisen de aandacht op. Ik heb vriendinnen met kinderen met citoscores van 550 van het vwo zien afdalen naar de havo of lager doordat ze totaal niet meer geïnteresseerd waren in school. Niks mis mee, maar reken je nu nog maar niet rijk.

En tenslotte, is er nog een laatste reden waarom je niet te hoog moet opgeven over dat vwo-advies van je kind. Kinderen die nu bij hem in groep 8 zitten en naar het vmbo gaan, zullen zich bevrijd voelen van jullie kinderen. Van het gevoel dat ze niet goed kunnen meekomen. Want op het vmbo bloeien heel veel kinderen op, om dat ze ineens zien dat ze wel iets kunnen op school.

 

Tags from the story
, , ,
Geschreven door
More from Martine De Vente

Nederlander zet Perron 9 3/4 op stelten, 6 miljoen views

Iedereen die ooit met zijn kinderen een bezoekje heeft gebracht aan Londen,...
Lees verder