Thuiswerken met pubers in een krappe eengezinswoning: het is niet makkelijk

Voor haar werk videovergadert Jeanette zich van het ene overleg naar het andere. Lijkt een eitje, maar dan heeft ze niet gerekend buiten haar pubers en echtgenoot die eigenlijk de hele dag in de weg lopen. Woonde ze maar wat groter dan in een rijtjeshuis. Inmiddels droomt Jeanette van de tijd dat iedereen weer naar kantoor en school gaat.

In onze niet al te grote eengezinswoning, is het thuiswerken een behoorlijke uitdaging kan ik je zeggen. Het is vechten om een plekje en stoïcijns iedereen negeren die me van mijn taak probeert af te leiden. Dat pubers ’s ochtends hun nest niet uit te tremmen zijn, is nu ineens een enorm voordeel. Zo kan ik in relatieve rust opstarten en voel me heel even koningin van het huis.

De dag start regelmatig met een videoconference. Een woord dat ik tot twee maanden geleden nooit en te nimmer zou hebben gebruikt, wegens veel te hip en niet van toepassing. Nu videoconference ik als een malle. Ik gooi er wel eerst even een make-uppie tegenaan want de aanblik van mijn eigen hoofd is me anders echt teveel op de vroege ochtend.

Als het even tegenzit, komt de rest van het gezin een voor een naar beneden voor het is afgelopen. Vandaag ging dat zo. Dochterlief steekt haar hoofd om de deur, ziet me druk in gesprek en rolt haar ogen naar achter terwijl ze geluidloos ‘Oh fuck’ playbackt. ‘Staat de microfoon aan?’ Als ik nee zeg, zucht ze opgelucht om vervolgens met vrij veel kabaal haar ontbijtspullen op tafel te zetten.

Ik probeer me niet af te laten leiden en focus me verbeten op het scherm. Ik zie dat het opperhoofd van het overleg wat zegt, en hoop maar dat het niet te belangrijk is want ik heb er geen reet van verstaan door al dat gekletter ‘Duurt dit nog lang?’ vraagt mijn dochter. “Nog een kwartier ofzo’ sis ik. Ik voel me een beetje slecht om haar zo keihard te negeren maar ja, mijn werk gaat juist in deze tijd onverminderd hard door en met het arbeidsethos dat er in mijn jeugd is ingeramd, is even gezellig kletsen terwijl de plicht roept, voor mij geen optie.

‘Sorry, ik moet deze even nemen’
Als de vergadering eindelijk is afgelopen, wisselen we een paar woorden. Maar ik voel de klussen die op me te wachten aan me trekken dus ik ben er op zijn zachtst gezegd, niet helemaal bij. Knik wat plichtmatig en hoop maar dat dat op het juiste moment is. Dan gaat mijn telefoon. Een collega, ze wil wat voorbespreken voor het overleg zometeen. Ik kap mijn dochter af met ‘Sorry, ik moet deze even nemen’ en weersta haar geïrriteerde blik. Loop naar het andere eind van de kamer en probeer oogcontact te vermijden.

Inmiddels komt ook puber twee naar beneden. Niet dat die zin heeft in een gesprek, sterker nog. Die vindt het het allerfijnst om een boterham te eten met een supergrote noise cancelling hyperdepieper koptelefoon op zijn hoofd en god weet wat voor filmpjes of games op zijn IPad. Maar ja, hij wil wel aan tafel en mijn laptop en aantekeningenblok liggen op zijn plek omdat de achtergrond vanaf daar nu eenmaal het minst zooierig is. Tsja, alles voor een beetje professionele indruk.

Het volgende overleg staat alweer op de planning dus ik besluit mijn heil in de tuin te zoeken onder het afdak. Ik pak mijn hele zooitje op. Laptop, telefoon, aantekeningenboek en pen en ga naar buiten. Terwijl ik loop te stuntelen stoot ik mijn hand aan de deur en de wond van gisteren gaat open en ik bloed als een rund. In plaats van me te hulp te schieten, begint dochterlief te gillen ‘Getver, je bloedt op de grond!’. Ja fuck, dat zie ik ook wel.

‘Survivallen op Borneo is eenvoudiger’
Vloekend ga ik op zoek naar een pleister. Druk de wond dicht en zit net op tijd in de tuin geïnstalleerd. Oortjes in en videobellen maar weer. Ik kom er net lekker in als mijn echtgenoot wild gebarend de tuin in komt om mijn aandacht te vangen. Ik probeer hem te negeren en weg te wuiven, maar hij laat zich niet wegsturen en sist: ‘Als je niet wil dat de hele buurt kan meegenieten, moet je echt wat zachter praten.’ Jemig. Survivallen in de jungle op Borneo lijkt me eenvoudiger dan gewoon mijn werk doen in dit huis. Terwijl ik me kapot schaam vanwege de terechtwijzing voor het oog van mijn gesprekspartners, rond ik snel het gesprek af. Dit is toch geen doen??!!

Dan maar naar boven, in het rommelhok dat mijn echtgenoot ‘Kantoor’ noemt. Alles weer mee. Het is misschien een onooglijke totaal VT wonen onverantwoorde plek, maar het is er in ieder geval rustig. Als ik me ’s middags in de volgende videoconference meld en weer een beetje tot rust ben gekomen, begint mijn collega te lachen. ‘Waar zit jij nu? In de schuur ofzo?’ AAAAARGH!

Meer lezen van Jeanette? Kijk op Jasnetteke.com

Nu je hier toch bent, zouden we je iets willen vragen…

We maken iedere dag Tis Hier Geen Hotel met heel veel plezier. Want we zien het als onze missie om jullie zonder al teveel kleerscheuren, en een beetje humor, door de puberteit van je kinderen heen te slepen. En dat willen we blijven doen. Maar sinds de Corona-crisis is dat er niet makkelijker op geworden. Zou je ons daarom willen helpen dit Hotel open te houden? Hoe? Kijk hier!

Tags from the story
, ,
Geschreven door
More from Jeanette Benschop

Een lesje Puberiaans voor beginners

Onze pubers spreken dezelfde taal, maar sommige woorden hebben voor hen net...
Lees verder