Vakantievieren met pubers: ga er maar aan staan

Kinderen vrolijk op de achterbank en zingend Europa door, zo zagen tot voor kort de vakanties van Saskia en haar gezin eruit. Totdat die schatjes pubers werden. En ze allesbehalve vrolijk op de achterbank zaten. 

Als ouder loop je eigenlijk altijd achter de feiten aan als het op je kinderen aankomt. Je denkt ze in de smiezen te hebben, maar een moment later zijn ze al weer een fase verder. Dus tegen de tijd dat ik doorhad dat mijn kinderen toch echt wel pubers waren geworden zat ik op een boerencamping in het Franse Picardië. Het deel van Frankrijk waar, en ik quote, ‘Geen ene fuck te doen is.’ De toon van de vakantie, die op dat moment nog geen vier uur onderweg was, was gezet. Ik was verbaasd, gisteren nog kon ik die twee op elk willekeurig veld neerzetten en vermaakten ze zich prima. Nu zat ik met twee kniesoren van 11 en 14 die zuchtend heen en weer naar de boerderij liepen, de enige plek waar ze een streepje wifi konden opvangen. Heel naïef dacht ik dat ze wel zouden bijdraaien en we deze vakantie alsnog luid zingend en spelletjes spelend zigzaggend door Frankrijk zouden trekken. Dat was misschien wel iets te optimistisch gedacht. De boerencamping, volgens mijn pubers de meest boring plek op aarde, verlieten we na twee lange dagen. Dagen waarin niks leuk was en alles stom.

Op vakantie met pubers,
het is een heel andere tak van sport. Ik had natuurlijk kunnen bedenken mijn kinderen op een gegeven moment niet meer met ons kerkje in, kerkje uit wilden lopen in een middeleeuws dorp. In de eerste kerk die we die vakantie bezochten, een prachtige kathedraal nota bene, klaagde mijn dochter over te weinig licht voor haar selfies en zonk mijn zoon in een kerkbankje met zijn capuchon ver over zijn hoofd getrokken. Wat je dan vooral niet moet doen, deed ik: me zichtbaar kapot ergeren. En deden mijn pubers op hun beurt waar ze zo goed in zijn: de discussie aangaan. Waarom moesten ze mee? Wat was er leuk aan een kerk? Waarom bepaalden wij wat we gingen doen? En waarom gingen we niet gewoon terug naar huis? Dat dagtripje eindigde in een boel geschreeuw. Voor de deur van die prachtige kathedraal.

Een paar dagen later waren
we op een nieuwe idyllische vakantiestek. Bergen zo ver je kon kijken, bossen waar je eindeloos kon wandelen en een camping met twee andere campinggasten: twee stellen van 65plus. Die ons argwanend bekeken toen onze twee pubers gillend van ellende de camper uitrolden. Waar hadden ze dit aan verdiend? De wandeling door het oerbos werd oogrollend en met veel gesteun en geklaag ondergaan. Stuurs liepen ze meters achter ons, niet onder de indruk van al dat natuurschoon. De waterval leek ons een mooie beloning, maar de pubers vonden het water te koud, de stenen te vies, de omgeving niet suitable om je kleren uit te trekken en het feit dat wij daar wel in ons ondergoed een duik namen iets om je kapot voor te schamen. Hoewel het dertigplus graden was ging de capuchon bij beiden ver over hun hoofd en zaten ze twintig meter verderop hevig zwetend op een omgevallen boom te wachten totdat wij klaar waren met onze belachelijke vertoning. Weer een paar dagen later zaten we ‘op de meest fokking saaie plek ever’. Waar tot overmaat van ramp geen wifi was. Waar het contact met het thuisfront ons tot aan dat moment nog had gered waren we nu helemaal op elkaar aangewezen. De pubers jammerden over al dat leed dat hen werd aangedaan en dat ze naar huis wilden. Ondertussen dronk ik meer wijn dan me lief was en kregen de man en ik ook nog eens ruzie over die pubers. Niemand had het kortom leuk.

Het zette me aan het denken.
Hoe ziet dat eruit, een vakantie voor een puber? Wat willen ze? En waarom staat dat zo in contrast met wat wij willen? Tot ver in de Pyreneeën hadden we rustieke boerencampings geboekt, waar, nu ik zo om me heen keek, we misschien wel waren uitgegroeid. Er waren alleen maar kleine kinderen en als er al een zwembad was, was het een rond, plastic badje met kniehoog water. Zie daar maar eens met je lange puberlijf een schoolslag in te maken. Die avond hielden we familieberaad, iedereen mocht zijn of haar ongenoegen op tafel gooien. Daar hadden mijn pubers wel oren naar. Met een groot gevoel voor drama liepen ze leeg over deze vre-se-lijke stomme vakantie waarin ze alleen maar dingen moesten doen die ze niet leuk vonden, op plekken die ontzettend suf waren. Wij liepen op onze beurt leeg over hun onuitstaanbare en verwende gedrag. Het werd een lange, en eigenlijk zeer leuke avond. Voor het eerst die vakantie zaten we met elkaar aan tafel, werd er gepraat en gelachen en vooral naar elkaar geluisterd. Ik snapte dat de vakanties zoals we die tot nu toe hadden gevierd verleden tijd waren. Het was tijd voor iets nieuws. De volgende dag reden we naar het zuiden van Frankrijk, naar een camping aan de kust. Daar vonden we de gulden middenweg die we nodig hadden. Mijn zoon dreef de hele dag met een handvol medepubers op een plank in zee, mijn dochter vond een handvol nieuwe bff’s met wie ze het strand over struinde.

Het werd uiteindelijk een vakantie
van de compromissen, soms eisten we dat ze met ons meegingen omdat we een dag alleen op de camping te lang vonden, soms mochten ze alleen blijven. Soms vonden we dat ze een cultureel hoogstandje moesten zien, soms mochten ze hun tijd uitzitten in de lokale ijssalon. Het was voor ons soms ook wennen om zonder kinderen op pad te gaan. We kregen er een soort spek-en-bonen-gevoel bij, dat gevoel dat je er niet meer toe doet. Maar het geklaag dat plaats maakte voor een zalige rust maakte dat ruimschoots goed.

Geschreven door
More from Saskia Smith

Aan je puberdochter laten zien: dit is het beroep van de Disney-prinsessen

Heb je je ooit wel eens afgevraagd wat voor werk de Disney-prinsessen...
Lees verder

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *