Waarom wij heerlijk onbezonnen jeugd hadden, omdat niemand iets filmde en online zette

Juliette dankt de goden op de knieën omdat wij in onze jeugd topless konden zonnebaden, lelijk mochten zijn en stiekem dronken worden zonder dat iemand het filmde en op internet pleurde.

Ik haalde met een vriendin herinneringen op aan de zomers van vroeger. De dagen dat we probleemloos topless op het strand en in het Vondelpark lagen.
Haar tienerdochter hoorde het met grote ogen aan.
‘Topless? In het openbaar?’ riep ze verschrikt uit. ‘Dat dóé je toch niet?’
Nee, dat doe je tegenwoordig niet meer. Maar waarom eigenlijk niet?

Ik geloof niet dat dat komt doordat er ineens veel meer vieze mannen rondlopen (gek eigenlijk dat er in de taal alleen vieze mannen bestaan en geen vieze vrouwen, of nou ja, misschien niet gek – maar dit terzijde). Of doordat we in veel preutser zijn geworden (dacht ik niet, in een tijd waarin porno een soort mainstreamdingetje in Vinexwijken is geworden). Maar waarom liggen we dan niet meer met ontblote borsten op het strand?

Filmen

‘Nou,’ zei de puberdochter. ‘Logisch. Grote kans dat iemand een foto of filmpje van je maakt. En dat staat zo op Facebook. Of op godmagweten wat voor enge site. En dat verdwijnt nóóit meer.’
Daar was ik even stil van. Ineens realiseerde ik me dat we vroeger veel vrijer waren, omdat je onbespied door het leven ging.

Ik heb van de eerste zes jaar van mijn leven één fotoalbum, die kinderen van nu zijn al duizenden malen vastgelegd. Waar ik een beetje aanklooide in de poppenhoek, zandtaartjes bakte in de zandbak, mijn buurmeisjes alvast een beetje leerde lezen en mij onbekommerd kon ontwikkelen tot een wat eenzelvig mens, zijn de generaties van nu vóór hun zesde jaar al sufgetest en -gemonitord en zorgelijk platgerapporteerd, altijd geobserveerd door twee mensen tegelijk, die dan elkaar ook weer in de gaten kunnen houden – en daarna wordt het volgen en testen alleen maar erger. Met Magister hebben ouders met één muisklik onbeperkt toegang tot je cijfers en spijbelgedrag; bij elk cijfer krijgt je moeder een pushbericht op haar telefoon. Weg zijn de stiekeme spijbeluurtjes en geheime onvoldoendes.

Ik speelde na schooltijd op braakliggende, onbestemde landjes met verdwaalde rioolbuizen en woekerend struikgewas. Onbespied door vader, moeder, juf of buren, er waren geen ouders met een mobiele telefoon die van minuut tot minuut wilden weten waar je was en met wie en wat je deed. Ik moest gewoon met het eten thuis zijn, en als ik dat niet was, ging mijn moeder zich voorzichtig ongerust maken – nee: eerst werd ze kwaad, en een uur later pas ongerust.

Sloom haar en puistjes

In mijn puberteit had ik sloom haar en puistjes, en ik vond dat wel erg maar niet zó erg want dat hadden alle meiden. Ik werd niet de hele tijd geconfronteerd met onuitstaanbare wichten met perzikhuidjes die duckfaces maken voor Insta gesponsord door modemerken omdat ze ‘influencers’ zijn van meisjes die het minder getroffen hebben en daar de hele tijd mee worden geconfronteerd en dus nog onzekerder worden.

We gingen op vakantie zonder plan, zonder dat we wisten wat ons te wachten stond. Geen Google Maps waarmee je de omgeving alvast kon verkennen. En als we thuiskwamen, brachten we dat ene fotorolletje met vakantiefoto’s naar de winkel waar we het een week later konden ophalen. Het enige bewijs dat we ergens waren geweest kon je aan je buurmeisje laten zien, of je tante. Dat was het. Niemand kon ons elke dag volgens op Facebook, van inchecken en taxfree shoppen tot dagelijkse #lovemylife-bikiniposes en bordjes mooi opgemaakt eten op het Griekse terras, waardoor iedereen als je terugkomt al precies weet wat je allemaal hebt gezien en gedaan. Even bijpraten met vriendinnen is niet nodig, die weten alles al.

We konden topless op het strand liggen, dronken op tafel dansen, kotsend in een steegje ons vriendje uitschelden, ruziemaken met vriendinnen en ons haar groen blonderen zonder dat we bang hoefden te zijn doodgepest te worden via Whatsapp of viraal te gaan op Facebook, Snapchat of godmagweten wat voor enge site. Een misstap was menselijk en vergeeflijk en grotendeels onzichtbaar. Ik denk weleens: goddank heb ik alle stomme dingen gedaan voordat internet bestond.

China

Ik moet denken aan de onvolprezen documentaireserie van Ruben Terlou over China dat daar langzamerhand een ‘sociaal kredietsysteem’ ontstaat. Je kunt overal op straat gefilmd, gefotografeerd of geflitst worden en gezichtsherkenning is nu zover gevorderd dat de overheid je gangen continu kan nagaan. Als je bij een zebrapad vijf keer door rood gelopen bent, krijg je een aantekening: dat betekent dat je in die stad geen huis meer kunt kopen of baan kunt krijgen. Het lijkt sciencefiction, maar het is al heel dichtbij.

Ik ben van een generatie die af en toe onzichtbaar kon zijn. Goedbeschouwd is het grootste goed dat ik in mijn jeugd heb meegekregen een grote hoeveelheid niemandsland waarin ik onbespied mijn gang kon gaan en mezelf kon zijn, zonder oordeel van anderen. Wij mochten ook lelijk zijn. Of een saai leven hebben. Of iets opwindends meemaken dat je niet meteen met iedereen deelde. In de levens van onze kinderen gaat niets meer ongemerkt voorbij. Het mooiste wat je ze nu nog kunt meegeven, is privacy en anonimiteit. Gedachten in het hoofd dat ze niet hoeven te ‘delen’. Landjes om te spelen. Vrijheid om zich ongestoord te bewegen. Voor het te laat is.

Dit stuk verscheen eerder op Saar Magazine.

Tags from the story
, , ,
Geschreven door
More from Juliëtte Berkhout

Juliëtte drinkt voor het eerst sinds haar puberteit weer bessen-ijs

Ik kwam een oude schoolvriendin tegen in mijn oude dorp. Ging iets...
Lees verder