31 dingen die pubers zeggen als ze hun zooi niet willen opruimen

27 dingen die pubers zeggen als ze hun zooi niet willen opruimen

Met een puber in huis is de kans groot dat er óveral puberspullen liggen. En opruimen, ho maar. Daar doen pubers niet aan.

  1. ‘Ik moest gisteren óók al opruimen.’
  2. ‘Ik heb het niet als laatste aangeraakt.’
  3. ‘Hoezo moet ík dat opruimen?’
  4. ‘Jij kunt toch ook die spullen in de kast leggen?’
  5. ‘Wat maakt het uit dat het op de trap ligt?’
  6. ‘Het is niet van mij.’
  7. ‘Dat kan morgen toch ook?’
  8. ‘Waarom moet alles zo steriel zijn, we wonen toch niet in een ziekenhuis?’
  9. ‘Ik heb het daar niet neergelegd.’
  10. ‘Ik doe het morgen wel.’
  11. ‘Jij hebt het daar zelf toch neergelegd?’
  12. ‘Hoezo moet elke dag die vaatwasser uitgeruimd worden, slaat nergens op.’
  13. ‘Het is niet mijn bord.’
  14. ‘Het is niet mijn tas.’
  15. ‘Jij staat dichter bij de prullenbak.’
  16. ‘Ik doe het straks.’
  17. ‘Het aanrecht schoonmaken? Het wordt toch weer vies!’
  18. ‘Ik heb geen tijd.’
  19. ‘Ik ga toevallig nu mijn huiswerk maken.’
  20. ‘Ik heb geen zin.’
  21. ‘Ik ga eerst een tosti eten.’
  22. ‘Ik snap niet wat er zo belangrijk is aan een tas opruimen.’
  23. ‘Jij wilt die schoenen in de kast, niet ik.’
  24. ‘Mijn kamer? Die helemaal prima zo.’
  25. ‘Ik ben moe.’
  26. ‘Ik ben niet zo van het opruimen.’
  27. ‘Toch best gezellig zo, met al die troep?’
  28. ‘Ik heb net mijn nagels gelakt.’
  29. ‘Ik moet nu net even naar de wc.’
  30. ‘Ik kan alles nog vinden, dus waarom opruimen?’
  31. ‘Ik heb het straks weer nodig!’

***

Geen idee meer hoe je kind in elkaar zit? Lees ons nieuwe boek over leven en overleven met pubers.

Geschreven door
More from Saskia Smith