De bijlesgekte; hoe je je kind wel naar de havo, of hoger, krijgt

Bijles, slaan we niet een beetje door?

De afgelopen tien jaar is het onderwijs in Nederland behoorlijk veranderd. We gingen van een zesjes cultuur, naar een behoorlijke prestatiedruk om een zo hoog mogelijk schooladvies te halen. In het boek De Bijlesgeneratie. Opkomst van een de onderwijscompetitie onderzoekt Louise Elffers, universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam en lector aan de Hogeschool van Amsterdam waarom ouders steeds massaler bijles inkopen voor hun kinderen. 

Er was geen ontkomen aan. Mijn pubers haalden dikke onvoldoendes voor rekenen en wiskunde. En omdat het extra steunlesjes op school niet hielp schakelden we hulp in van buitenaf. Eerst was dat een buurmeisje die rekenen bijspijkerde, later kwam haar vriend wiskundesommen uitleggen, en weer later kwam een student de stof doornemen. Een van mijn pubers ging naar een bijlesschool, de ander kwam uiteindelijk bij een privébijlesleraar terecht. Mijn pubers vonden het vreselijk. Ze hadden al vier uur wiskunde in de week en dan moesten ze na school nóg aan dat stomme wiskunde werken. Maar ja, het is nu eenmaal een kernvak, en dus was een voldoende gewenst – niet alleen door school, ook door ons. Erg gezellig werd het er thuis niet op. Ik moest ze naar dat bijles trekken, vaak met allerlei straffen in het vooruitzicht als ze niet zouden gaan: telefoon afpakken, niet meer gamen, geen zakgeld.

De cijfers liegen er niet om. In 1995 gaven we gemiddeld 26 miljoen euro uit aan bijles en examentrainingen, in 2015 was dat 186 miljoen. Nog een opvallend cijfer: het aantal vmbo’ers daalde van 66 procent naar 50 procent. Dat de druk op een zo hoog mogelijk schoolniveau te krijgen nogal hoog is, is niet nieuw. Ouders probeerden de afgelopen jaren als een bezetene hun kind op een havo of hoger te krijgen. En je kunt ze dat niet eens kwalijk nemen. Onze samenleving is nu eenmaal ingericht op het halen van een zo hoog mogelijk diploma, omdat de kans op een betere baan, met dito salaris, dan het grootst is. En zo zijn we de afgelopen tien jaar steeds meer, zonder het door te hebben, een standenmaatschappij te worden. Een maatschappij die is verdeeld in laag- en hoogopgeleiden. Waarbij het onderwijs ook nog eens zo is ingericht dat het moeilijk ‘stapelen’ is. Met andere woorden, eenmaal op het vmbo, of mbo, stroom je moeilijk verder die schoolcarrièreladder op.

Dat ouders massaal hun kind naar bijles sturen vind Elffers dus niet zo gek. In interviews in de Volkskrant en het Parool zegt ze dat, doordat het steeds moeilijker is om van het vmbo op de universiteit te komen, het schooladvies veel bepalender is geworden. Ze snapt dus dat ouders met een een kind dat vmbo/havo-advies krijgt er alles aan doen om dat kind op de havo te krijgen. Niet omdat dat per se beter onderwijs is, maar omdat ze perspectief willen houden op een hoog onderwijsdiploma.

Dat die prestatiedruk ver gaat blijkt wel uit het feit dat er een heel schaduwonderwijssysteem is ontstaan. Bijlessen moeten kinderen bijspijkeren, up to date houden, extra dingen leren, eruit halen wat er in zit. En dat begint vaak al op de basisschool. Sommige kinderen worden in groep 4 al naar bijles gestuurd. Is het onderwijs in Nederland dan zo veranderd? Is er te weinig tijd om het maximale uit kinderen te halen? Zijn de groepen te groot? De leerkrachten niet goed geschoold? Volgens Elffers is niet zozeer het onderwijs veranderd, maar de vraag van ouders. Er hangt veel af van het schooladvies en de schoolloopbaan van hun kind. Als ze het idee hebben dat school daarin tekortschiet schakelen ze zelf hulp in.

Natuurlijk is het mooi dat je als ouder het beste uit je kind wil halen, en het beste met je kind voor hebt, maar schieten we daarin niet door? Ik ben niet voor een zesjescultuur, maar ook niet voor deze bizarre prestatiedruk die kinderen middels hun ouders nu opgelegd krijgen. Alles is nu gericht op presteren. Het moet beter, hoger, anders wordt het niks. Maar welke boodschap geef je daarmee aan je kind? Je doet het niet goed genoeg, want het moet beter? Of je doet niet goed genoeg je best, want je cijfers moeten hoger? Dat kinderen massaal met een burn out kampen is niet zo gek, de druk is simpelweg te hoog.

Toch gaan ouders mee in die prestatiedrang. Want zij weten ook: scholen kiezen liever niet de vmbo-t/havo leerling, maar de havo-leerling, want die heeft het meeste kans van slagen. En dus moet een eventueel vmbo/havo-advies een duidelijk havo-advies worden. Maar moet je je kind dan maar eindeloos naar allerlei bijspijkercursussen en bijlessen sturen? Is het vmbo dan echt zo slecht dat je daar als kind bij voorbaat al verloren bent? Zo ziet Elffers dat niet. Uit onderzoek blijkt namelijk dat er veel overlap is tussen de best presterende vmbo’ers en de minst presterende vwo’ers. Ze vindt het dan ook  niet nodig om ze zo scherp van elkaar te onderscheiden. Het zou in haar ogen dan ook beter zijn als het advies in groep 8 minder bepalend wordt. En dat kinderen op hun eigen niveau onderwijs kunnen volgen en ze niet op te sluiten in één route. Met andere woorden laat vmbo’ers en vwo’ers samen les krijgen. Omdat ze ook van elkaar kunnen leren. Is daarmee bijles verleden tijd? Bijles verbieden is onzin volgens Elffers, maar de druk kan wel van de schoolloopbaan worden afgehaald door het onderwijs anders in te richten, bijvoorbeeld door meer maatwerk en begeleidingsgroepjes op school te verzorgen.

Terug naar de bijlesperikelen bij mij thuis. Mijn pubers bleven in opstand komen, hoe oneerlijk was het dat ze het stomste vak, waar ze ook nog eens niet goed in zijn, na school moesten doen. Zij zagen het als een straf, wij vonden gewoon dat dat cijfer voor wiskunde omhoog moest. Met de oudste maakten we een afspraak dat zodra het cijfer voldoende was we de bijlessen zouden stopzetten. Dat werkte. Twee proefwerken verder was het gemiddelde een 5,8, dus een voldoende. Bijles werd deels stopgezet. Deels inderdaad, want de puber vond het toch wel handig om voorafgaand aan een proefwerk nog even de stof door te nemen.

Bij de jongste bleek een wisseling van school de uitkomst te zijn. Waar op de ene school vooral werd gekeken wat er niet goed ging, en daarmee de druk vanuit school behoorlijk werd opgevoerd, werd bij de nieuwe school gekeken wat wél goed ging. Wat een frisse benadering, vond ook mijn puber. Want die bloeide op. En met behulp van de bijlesleraar, die, zoals hij dat zelf zei, eigenlijk alleen maar bezig was met het opvijzelen van dat afgebroken zelfvertrouwen, bleek wiskunde prima te doen. De 4 werd een dikke 7. En laatst werd er een 9,1, inderdaad een 9,1!, onder mijn neus geschoven. En ook voor deze puber schroefden we de wekelijks bijles terug naar een deeltijd versie. Pubers blij, wij blij, want voor nu is de druk er af en de rust even terug in huis.

 

Geschreven door
More from Saskia Smith

Pubers halen hilarische grap uit tijdens online les

Zelfs als pubers niet fysiek in een klas zitten, maar online les...
Lees verder