Hoe de realiteit steeds dieper het leven van mijn pubers binnendringt

De realiteit die soms hard binnenkomt

Het is niet mis wat deze weken het nieuws domineert. Schietpartij in een buurtcentrum, schietpartij op een school, Trump die leraren wil bewapenen, het klimaat, misstanden in Haïti; mijn pubers lezen het en stellen vragen. En ik weet niet altijd wat ik moet antwoorden. 

– ‘Hoe kan het dat iemand een jongen van zeventien die gewoon aan het werk is in een buurtcentrum doodschiet?’
– ‘Waarom kan iedereen in Amerika wapens kopen?’
– ‘Heeft wat Trump doet effect op Nederland?
– ‘Moet ik me zorgen maken om het klimaat?’
– ‘Minderjarige meisjes op een seksfeest, hoe kan zoiets?’

Het zijn serieuze vragen die mijn pubers stellen. En ik wil ze serieus antwoord geven. Dus hebben we het over Amerika, wapens, Trump. Het is voor hen ver weg, want aan de andere kant van de oceaan, en dichtbij, want leeftijdsgenootjes. Ze proberen zich de angst voor te stellen van hen die moesten schuilen terwijl een jongen van 19 met een semiautomatisch wapen door de gangen liep. En hoe frustrerend het moet zijn om een president te hebben die geen actie onderneemt, maar vraagt of iedereen voor de slachtoffers wil bidden. ‘Alsof dat voorkomt dat mensen elkaar zomaar neerschieten’, vinden mijn pubers. Ze denken ook na over hoe de volgende dag moet zijn geweest voor al die leerlingen. En hoe het verder moet, want hoe kun je weer naar school gaan na zoiets? Als elke steen, tafel, stoel  je doet denken aan die schietpartij, als je door de gangen loopt en de kogels nog hoort afvuren.

Ze vragen naar de schietpartij in Amsterdam waar een onschuldige jongen werd doodgeschoten. Het is nieuws dat dichtbij komt. Het is de stad waar ze op steenworp afstand van wonen. Waar de een naar school gaat, en de ander shopt. Ik leg uit dat in dit specifieke geval de jongen op de verkeerde plek op het verkeerde tijdstip was. ‘Pech dus’ vatten ze het samen. Het klinkt zo plastisch: pech voor je dat je daar stond en nu dood bent, maar is wel wat het is. En ze realiseren zich ook dat zij ook ‘pech’ kunnen hebben. Wat als zij op het verkeerde tijdstip en plek zijn? Hoeveel risico lopen ze als ze in de stad zijn? Wie zegt hoe veilig ze eigenlijk zijn?

Dat de wereld van mijn pubers veel groter is dan die van mij op die leeftijd snap ik. De hoeveel informatie waar ze elke dag aan worden blootgesteld is immers niet niks. Ze weten van de bordelen in Azië waar kleine kinderen worden misbruikt, van pubers in Zuid-Amerika die gedrogeerd worden en dan als drugskoerier moeten werken en van jonge meisjes die uitgehuwelijkt worden aan mannen drie keer hun leeftijd. En ook wat er in alle uithoeken in Nederland gebeurt. De rellen als er een asielzoekerscentrum komt, mensen die voor niks met elkaar op de vuist gaan, vrouwen met hoofddoeken die worden bespuugd. Die wereld komt soms keihard binnen, en de realiteit dringt steeds dieper hun leven binnen. En hoewel ze gelukkig de wereld vooral zien als een plek waar het fijn is, en goed toeven is, is er ook die andere, donkere kant. Want het is niet alleen maar leuk.

Liever had ik die grote wereld nog wat langer buiten gehouden. Niet omdat ik wil dat mijn pubers niet weten wat er speelt, maar omdat ze nog zo jong zijn. Hun leven is net begonnen. De onbevangenheid waarmee ze de wereld in kijken had ik wat langer onbevangen willen zien. Maar nu maken ze zich druk om het klimaat, krijgen ze pijn in hun buik als er een schietpartij is en maken zich zorgen over hoe we met elkaar omgaan in dit land. Ik vind het nogal wat. Maar erover praten helpt gelukkig. Het haalt de angel uit hun zorgen, het laat ze nadenken over wie ze zijn en waar ze voor staan. En wat ze zelf eventueel doen. En ik kan ze laten zien dat er ook altijd een andere kant is. Als er een ongeluk gebeurt, of een schietpartij, of een ruzie die is geëscaleerd zeg ik altijd: ‘Kijk naar de helpers, naar de mensen die hulp bieden’, want dat zijn, zoals ik het zie, de helden. Zij zorgen voor lichtpuntjes in afschuwelijke situaties.

Het is een leuke, positieve gedachte, maar die gaat helaas niet altijd op. Gisteren keek ik naar DWDD. Dolf Jansen vertelde over de misstanden bij Oxfam Novib, de seksfeesten die hulpverleners hadden gehouden. Daar ga ik met mijn ‘kijk naar de hulpverleners’. Want deze mensen zijn verre van helden. Ze bieden geen hulp, maar profiteren van de kwetsbaarheid van mensen die hulp nodig hebben. Ik wist dat als mijn pubers hier naar zouden vragen ik niet zou weten wat ik moest antwoorden. Want wat zeg je als de hulpverleners er niet meer zijn om te helpen?

 

 

 

Tags from the story
, , ,
Geschreven door
More from Saskia Smith

Nostalgie: Toon Hermans over vakantie naar Frankrijk

Ach, wat een heerlijk nostalgie. Toon Hermans vertelt over zijn vakantie naar...
Lees verder