Pubers die hun puberneusjes ophalen voor sporten, hoe krijg je ze in godsnaam dat sportveld weer op?

Sporten? Dacht het niet!

De twee zonen (12 en 15)  van Lieke renden als kleine jongens een paar keer per week helemaal uit zichzelf naar het voetbalveld (de jongste) en handbalveld (de oudste). Maar nu halen ze soms voor dat hele sporten hun puberneusjes op. En hoe krijg je ze dan in godsnaam weer dat sportveld op? 

In een vage herinnering zie ik ze nog uit zichzelf hun sporttenue aantrekken en met een blij hoofd vertellen zo’n zin in de training te hebben. Tegenwoordig moeten de mannen aangespoord worden van de bank te komen, worden sportschoenen tergend langzaam aangetrokken en vertellen ze met een bozig hoofd dat de training echt wel een keer kan worden overgeslagen. Maar zoals ik –meestal- ook niet toegeef aan dergelijk lui gedrag als het gaat om school, bijbaan of oma’s verjaardag, zo geef ik ook niet toe aan de sportieve luiwammes. Dat gaat voorlopig goed. Of ik het volhoud, geen idee maar ik hoop het van harte.

Want we weten natuurlijk allemaal hoe gezond al dat zweten is, dat ze er beter van studeren en vaak vriendschappen voor het leven aan overhouden. Ook zie ik dat ze nog steeds lol hebben in de wedstrijden, het dollen met de coach, de geintjes met teamgenoten. En gelukkig snappen veel clubs het tienerbrein en organiseren ze fijne feestjes in kantines of vakantiekampen, waar alle mannelijke en vrouwelijke hormonen sportief samenkomen. Ik ben ervan overtuigd dat veel van onze schatten om die reden toch nog wel geregeld op hun fiets richting sportveld of sporthal racen. Maar een vanzelfsprekendheid is dit helaas niet meer.

Dit artikel gaat door onder de afbeelding

Uit recent onderzoek van het Mulier Instituut blijkt dat vorig jaar iets meer dan 70 procent van de tieners elke week aan sport deed. Dat lijkt veel, maar let op. In 2001 was dat nog bijna 80 procent. De kloof met die basisschool-schatjes die hun sportkloffie nog wel enthousiast aandoen, wordt steeds groter. Vanaf een jaar of 14 trekt een groter wordende groep de sportschoenen helemaal niet meer aan, zo weten we dankzij NOC*NSF.

De vraag is natuurlijk, wat doen je eraan als je zo’n sportieve luiwammes hebt? 

  1. Geen tijd?
    Gezien hun soms bizarre weekschema’s snap ik ook wel dat ‘geen tijd’ de meest gehoorde smoes is van de sporters die hun sportjack voorgoed aan de kapstok hangen. Maar niet zelden vullen ze die 2x 1,5 uur trainen voortaan in met Netflixen en zitten ze op zaterdag niet in de sporthal maar op de bank. Aangezien ze in deze fase van hun leven sowieso liever niet meer bewegen dan van bed naar bank, moeten we als ouders ons rug recht houden. Ze zullen je ooit, na die eerste zoen in de kantine, dankbaar zijn.
  1. Zien sporten….
    Het goede voorbeeld geldt ook voor sport, dus zit er niks anders op dan jezelf in een sporttenue te hijsen. Stukje hardlopen, wielrennen, tennis, het maakt niet uit. Als jouw tiener ziet hoe actief je bent (‘Ja, en mama heeft het ook druk!’) dwing je respect af. En zo niet, dan word je tenminste zelf een stukje gezonder als de rest lui om je heen hangt.
  1. ‘Nu! Geeeeeeeef die bal!’
    Ik weet het, het is een automatisme. Om te vragen: ‘En, gewonnen?’ Of om langs de lijn toch net even iets te fanatiek tactische aanwijzingen te schreeuwen. Maar hoe belangrijk je winnen of verliezen maakt, des te sneller haakt jouw puber af. Prestatiedruk staat in de top 3 redenen om te stoppen met sporten. Dus vraag de volgende keer: ‘En, was het leuk?’  En dan kijk je gewoon even via de app kijken of  ze gewonnen hebben – of niet.

Is ie niet te vermurwen en blijft elke training of wedstrijd een marteling? Check dan of je puber nog wel de sport doet die in deze fase bij hem past. Een hele dag op een judo of turntoernooi rondhangen kan op hun leeftijd best vervelend zijn. Ook zijn coach en teamgenoten soms gewoon niet zo tof meer. Het is het waard om dan subtiel aan te sturen op een sportswitch. Van skaten tot sportschool en freerunnen. Er is zoveel keus tegenwoordig; de sportwereld ligt, net als de rest van de wereld, voor ze open!

 

 

 

Geschreven door
More from Lieke Dijkstra