Help! Mijn zoon wordt een fitboy!

Een wasbordje en spieren kweken, het is de nieuwste obsessie van puberjongens. Ze trainen vijf dagen per week in de sportschool. Fijn toch, zul je denken. Een jongen die sport hangt in ieder geval niet op straat. Maar die overdreven sportdrang kan ook omslaan in een obsessie.

Dit artikel gaat door onder de afbeelding

300x250

Mijn zoon, hij is 17,  is hard op weg op een fitboy te worden. En ik weet niet of ik daar heel blij mee moet zijn. Eerlijk is eerlijk, toen ik zag dat sporten hem uit zijn kamer en achter de playstation vandaan kreeg maakte ik een sprongetje. Dat kind ging weer iets dóen in plaats van apathisch naar dat scherm turen. Ik lapte zelfs enkele tientjes bij zodat hij een mooi sportoutfitje kon aanschaffen en zich, in ieder geval wat betreft kleding, kon meten met de rest van de jongens in de sportschool.

Het  begon, zoals de meeste dingen beginnen, als een leuke, gezonde hobby. Eerst begon hij op zijn kamer met push ups en sit ups, daarna kwamen er lichte gewichten en uiteindelijk ging hij twee keer per week naar de sportschool, lette op zijn eten, en las vol belangstelling artikelen op Men’s Health. Af en toe zag ik hem voor de spiegel staan, zijn ielige puberlijf dat voornamelijk bestond uit lange armen en benen, inspecteren op spieren. We werden door hem allemaal een beetje meer bewust van wat we aten en hoe vaak we bewogen, dus ik juichte het alleen maar toe. We gingen als gezin gezonder eten, ik zelf ging weer hardlopen en ook De Man trok zijn sportschoenen aan. Allemaal geïnspireerd door die puber met zijn nieuwe, gezonde regime.

En toch is ergens along the way die gezonde hobby omgeslagen in een obsessie. Twee keer sporten, werd drie keer, vier keer, vijf keer. Hij wilde alleen maar caloriearm eten en schrapte vet en suiker uit zijn menu, aten bakken met kwark om genoeg eiwitten binnen te krijgen. Zijn magere ledematen werden gespierd, en op zijn buik waren na hard trainen uiteindelijk 6 blokjes te zien. Leuk hoor, zo gestroomlijnd lichaam, maar ik denk ook: waar is mijn zoon? Want ik herken hem amper met zijn magere koppie en brede borstkas.

Als het aan hem ligt is dit pas het begin. In de sportschool komt hij collega-fitboys tegen en die maken, zoals ik het zie, elkaar helemaal gek. Ze wisselen vetvrije recepten uit, dagen elkaar uit om zwaarder te trainen, en een dag afwezig, dan kun je er op rekenen dat je de volgende dag voor slappeling wordt uitgemaakt. en dus staat het leven van mijn zoon behoorlijk in het teken van sporten. Zijn schoolresultaten lijden er nog niet onder, maar zijn sociale leven wel. Vrienden die niet deze health interesse delen ziet hij niet meer. En hij heeft het uitgemaakt met zijn vriendin, want geen tijd meer om haar te zien.

Ik vind dat dus zorgelijk, dat zo’n jongen niks anders meer ziet en doet dan dat sporten. Hij zelf vindt dat ik overdrijf. Hij doet toch niks verkeerd? En dat is precies waar het om gaat. Aan wie ik dit verhaal ook vertel, iedereen zegt: wees blij. Fijn toch zo’n jongen die sport? En ja, ik vind het fijn dat hij iets heeft gevonden waar hij blij van wordt, maar dat doorslaan kan toch niet goed zijn? Als meisjes met hun lichaam bezig zijn dan springen we er meteen bovenop: pas op dat je geen eetstoornis krijgt, pas op dat je niet te dun wordt, pas op want je bent alleen maar bezig met je lichaam, pas op dat je niet doorslaat. Maar bij jongens is het al snel leven en laten leven. Maar ik zit maar mooi met een jongen die een verkeerd lichaamsbeeld heeft – ik ben echt niet gespierd, ik heb nog te veel vet, en daar obsessief mee bezig is.

Gelukkig is er in zijn sportschool nu een jonge trainer. Die weet waar die jongens mee bezig zijn, omdat hij zelf ook als puber een beetje doorsloeg. En waar ik tegen een enorme muur sta te praten, dringt hij wel tot die jongens door en tempert ze een beetje. Hij laat zien dat de balans vinden belangrijk is. En leert ze de 80/20-regel toepassen. De puber is nog niet helemaal overtuigd, want hij wil straks zomerfit zijn en geen gram vet hebben omdat zijn spieren dan zo mooi uitkomen. Ik vraag wat hij doet als hij dan met dat afgetrainde lijf een leuk meisjes tegenkomt die haar heerlijke kloddervette vette patat met met hem wil delen.  Hij schudt zijn hoofd, en is van mening dat leuke meisjes geen patat eten. Het wordt, denk ik, een korte zomer voor hem.

 

 

 

 

Lees ook
Geschreven door
More from Anne Boesman

80 dingen die ik denk als mijn puber alleen op vakantie gaat.

De zoon van Anne gaat dit jaar voor het eerst alleen op...
Lees verder