Pubers kunnen behoorlijk klagen over hun zware leven. Maar als er iemand reden tot klagen heeft, zijn wij dat natuurlijk. Want toen wij puber waren hadden we het pas zwaar.
- Wij waren vroeger de afstandsbediening voor de televisie. Als je vader zei: ‘Zet hem even op Ned 2’, dan deed je dat. En liep je hélémaal naar de televisie om op het knopje te drukken.
- Omdat onze vaders altijd die energierekening omlaag wilden hebben zaten we halve avonden in het donker.
- De verwarming ging nooit hoger dan 18 graden, als we het koud hadden moesten we een extra trui aantrekken.
- Als we wilden bellen stonden we achteraan in de rij, wachtend totdat onze zus en broer klaar waren. Met een beetje mazzel hadden we een handvol kwartjes en konden we naar de telefooncel om daar te bellen. En soms hadden we pech en stonden we daar óók in de rij.
- Aan vrienden die niet in de buurt woorden schreven we een brief, zodat die een week later pas wisten wat we allemaal hadden gedaan.
- Er was één televisie, en er was altijd ruzie wat er gekeken werd. Meestal bepaalde onze vaders dat. Die wilden dan het 8 uur journaal kijken, waar vervolgens de hele familie naar moest kijken.
- Uit school televisie kijken konden we niet, dat zag je alleen het testbeeld.
- ‘s Avonds moesten we een half uur afwassen.
- En voordat we dat deden maakten we eerst een half uur ruzie met onze broer/zus over wie moest afwassen en wie afdrogen.
- Na schooltijd hadden we geen idee wat onze klasgenoten allemaal aan het uitspoken waren. Dat hoorden we pas de volgende dag.
- we spraken een tijd af met vrienden en daar moesten we ons dan aanhouden. Bellen dat we wat later kwamen kon niet.
- Als we geld nodig hadden, moesten we naar het postkantoor om een betaalcheque om te wisselen voor cash geld.
- Als onze band lek was, moesten we het hele eind naar huis lopen.
- We konden niet midden in de nacht bellen om te vragen of iemand ons kon ophalen.
- We moesten een tosti in een pan maken, en het duurde heel lang voordat de kaas smolt.
- We maakten op een feestje twaalf analoge foto’s, meer foto’s stonden er niet op het goedkoopste fotorolletje.
- Van die twaalf foto’s, waren er tien wazig, was er een overbelicht en op een stond iedereen met zijn ogen dicht.
- Als we onze lievelingstrui hadden gewassen moesten we twee dagen wachten voordat die droog was.
- Nieuwe muziek moesten we van de radio opnemen met een cassetterecorder, en dan floepte de tape er altijd uit en moesten we dat met een potlood weer terug in de cassette draaien.
- En moesten we heel snel op ‘record’ en ‘play’ drukken nadat de dj was uitgepraat en het nummer begon.
- We moesten wachten op de krant van donderdag voordat je wist welke film er in de bioscoop draaide.
- De informatie voor een werkstuk moesten we opzoeken in de bibliotheek. En die ging al om zes uur ‘s avonds dicht.
- Dat werkstuk konden we vervolgens alleen op een typemachine tikken en gemaakte fouten konden we alleen ‘deleten’ met Tipp-Ex.
- Hoe we moesten zoenen, leerden we van een buurmeisje, die eigenlijk ook niet zo goed wist hoe je dat moest doen.
- Als we een serie keken moesten we een week wachten op een nieuwe aflevering.
- Een spelletje speelden we aan tafel. Op een kartonnen speelbord. En onze vrienden moesten live aanwezig zijn als ze mee wilden doen.
- Als we ons huiswerk niet in onze agenda hadden opgeschreven moesten we een vriendin bellen.
- En dat moesten we voor acht uur doen anders nam haar vader op en zei dat het te laat was om nog te bellen.
- We konden alleen een video maken als onze ouders een VHS-camera hadden, en dan mochten we die heel even snel gebruiken, maar nooit langer dan een minuut anders was het te duur.
- Als we met de hele klas wilden afspreken moesten we iedereen, alle dertig kinderen, apart bellen.
- Als we het eerste uur vrij waren, hoorden we dat pas als we al op school waren. De telefoonketting die aan net begin van het jaar was opgesteld werkte namelijk nooit!