In de jaren tachtig en negentig groeiden wij op met het idee dat doorbijten een deugd is. En dat klagen nergens toe leidt en zeuren iets is voor mensen zonder ruggengraat. Maar de hele tijd maar doorgaan zonder ergens bij stil te staan is niet zaligmakend.
Gen X’ers wisten niet beter dan dat je gewoon naar school ging als je buikpijn had. Je at wat er op tafel stond, ook als je het vies vond. Je speelde buiten tot het donker was, ook al had je geen zin. En als je van je fiets viel, stond op en reed door. Er was geen crisistelefoon voor een rotdag, geen time-out als het even tegenzat. Pijn? Afschudden. Verdriet? Kop omhoog en weer verder gaan. ‘Nee’ zeggen tegen een volwassene was ondenkbaar. ‘Nee’ zeggen tegen een situatie die je niet beviel, ook. Je paste je aan, beet door en hield je mond. Dat was gewoon hoe het ging. En zo leerden we al vroeg: niet zeuren, maar doorzetten.
Nee zeggen
Gen Z, geboren tussen 1997 en 2012, is anders gebakken. Zij hebben iets wat wij zijn kwijtgeraakt: de vaardigheid om ‘nee’ te zeggen zonder zich daarvoor te schamen. In relaties, in vriendschappen, op de werkvloer, in de keuzes die ze maken over hoe ze hun leven inrichten; ze weten heel goed hun grenzen aan te geven en te bewaken.
Neem de werkvloer. Uit onderzoek blijkt dat 3Gen Z significant vaker grenzen stelt op het werk dan vorige generaties. Niet uit luiheid, maar uit strategisch zelfbehoud. Ze noemen het quiet quitting. Deze term verwijst niet per se naar het opzeggen van hun baan, maar naar de werkdruk verlagen en buiten werktijd volledig uitgelogd zijn van hun werk. En voelt zich daar niet schuldig over.
Gen Z als voorbeeld
Ook als het gaat om mentale gezondheid, zouden we naar Gen Z moeten kijken. Zij behandelen mentale gezondheid als een gewoon gespreksonderwerp. Terwijl Gen X verzwijgt dat ze naar de psycholoog gaan, zegt een 20-jarige gewoon: ‘Ik ga even bijkomen, mijn hoofd zit vol.’ En gaat dan ook echt bijkomen. Dat is niet lui, maar slim. Mensen die aan zichzelf werken, functioneren beter.
Gen Z praat hoe dan ook makkelijker over alles. Over hun twijfels, angsten, mislukkingen. En dan niet achteraf, als alles al is misgegaan, maar om het moment zelf. En dat werkt. Wie problemen bespreekt terwijl ze nog klein zijn, voorkomt dat ze groot worden. Onderzoek bevestigt wat Gen Z gewoon aanvoelt: mensen die openlijk praten over wat hen bezighoudt, hebben minder kans op langdurige psychische klachten. Ze verwerken sneller, herstellen beter en bouwen sterkere relaties op. Kwetsbaarheid is geen zwakte, het is een sociaal lijm.
Generatie Z helpt ons herinneren
Wij zijn toch een beetje van de niet lullen, maar poetsen-generatie. Kwetsbaar zijn, wat was dat? We losten problemen op door ze te negeren tot ze vanzelf overgingen. Het goede nieuws? Gen X is pragmatisch. Als iets beter werkt, passen we ons aan. We hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden. We kunnen gewoon kijken naar wat de generatie na ons al heeft bedacht: dat stilstaan geen zwakte is, dat ‘nee’ zeggen geen falen is en dat praten over hoe het met je gaat geen teken is dat je instort, maar juist dat je overeind blijft.
Gen Z heeft ons niet nodig om hen te vertellen hoe het moet. Maar wij hebben hen misschien wel nodig om ons eraan te herinneren dat doorbijten een keuze is, geen verplichting. En dat de mensen die het hardst roepen dat vroeger alles beter was, vaak degenen zijn die het meest te winnen hebben bij een beetje verandering.



