Door haar puberzoon kwam Miriam erachter dat ze ook dyscalculie heeft

Dyscalculie is meer dan niet kunnen rekenen.

Miriam heeft dyscalculie, en dat weet ze sinds haar autistische puberzoon ook die diagnose heeft. Ze weet inmiddels hoe ze ermee kan omgaan. En geeft tips voor hoe wij dat ook kunnen doen.

Dit artikel gaat door onder de afbeelding

300x250

Ik weet nog dat mijn zoon op de basisschool een rekentoets had verknald. Het waren van die sommen die via een verhaaltje tot een oplossing moesten worden volbracht. Ik nam de toets ter hand en begon te lezen: Wim en Saskia verkopen ontbijtkoeken aan de deur. Met de opbrengst daarvan brengen ze geld in het laadje voor de nieuwe speeltoestellen op het schoolplein. Het antwoord van mijn zoon: ‘Niemand eet zoveel ontbijtkoek’. Ik vond het een briljant antwoord.

Acht jaar geleden zocht ik hulp bij een psychiater. Ik was helemaal vastgelopen in mijn leven en wilde weten hoe gek ik nou precies was. Ik werd uitgebreid getest. Ik bleek een ernstige vorm van dyscalculie te hebben en dat beïnvloedt zo’n beetje alles wat ik doe. Van het in elkaar zetten van een droogrekje tot en met het afwerken van een To Do lijst? Mijn dyscalculie zorgt voor één grote blinde vlek.

Mijn zoon deed twee jaar later dezelfde testen af als ik. Dat hij een vorm van autisme had dat wisten we inmiddels wel maar de schoolpsycholoog wilde precies weten hoe het er nu voor stond. Toen wij de uitslag kregen werd ik uit mijn schoenen geblazen. Mijn zoon had niet alleen exact dezelfde scores als ik ook hij bleek een extreme vorm te hebben van dyscalculie. Mij werd nooit verteld dat ik een vorm van autisme had maar nu ik wist waar mijn zoon tegen aanliep besefte ik dat hij op mij leek.

Mensen denken altijd dat dyscalculie betekent dat je blind bent voor cijfers. Dat wil ik uit de wereld helpen. Ja. Cijfers zijn een probleem maar vooral mijn performale intelligentie, ‘mijn uitvoerende praktische handelen’ ondermijnt vaak mijn dagelijkse bezigheden en dat hangt weer nauw samen met mijn dyscalculie.

Jarenlang heb ik mijzelf doodongelukkig gevoeld. Vanaf mijn puberteit worstelde ik met depressies. Ik voelde mij onbegrepen en dom. Hoe kón het toch dat mensen met zoveel gemak bepaalde taken uit konden voeren terwijl ik amper een normaal gesprek met hen kon voeren? Waarom kon ik niet een normaal gesprek voeren? Waarom kon ik zoiets simpels niet als een planning maken en mij daar aan houden? Of een simpel gesprek voeren? Waarom riepen antwoorden bij mij altijd meer vragen op?

Ik keek, nadat we de uitslag hadden gekregen naar mijn zestienjarige zoon en ik moest glimlachen. Eindelijk had ik door wij hij was. Eindelijk viel voor mij het kwartje hoe ik zelf in elkaar stak.

Inmiddels heeft hij zijn rijbewijs gehaald. Bij zijn theorie-examen, – wat voor mensen met dyscalculie bijna niet te doen is, ‘U komt van links. Het voertuig op de weg die u wilt inslaan gaat rechtsaf, er nadert een tram, wie heeft er voorrang?’- gaf ik hem als advies: ‘Als je de vraagstelling niet begrijpt vraag je dan af hoe er de minste doden zullen vallen.’ Hij slaagde de eerste keer.

Dit gebeurt er als jij of je kind dyscalculie heeft.

1. Geef niet teveel opdrachten in één keer. Wij zijn niet in staat om te filteren welke opdrachten wij voorrang moeten geven. Gevolg? Wij lijken ogenschijnlijk geen zak uit te voeren omdat wij eerst alle opdrachten in moeten laten kicken. Geef liever één opdracht per keer.

2. Wil je dat je kind zijn of haar kamer opruimt? Vraag dat dan heel vriendelijk. Liever: ‘zal ik je even op weg helpen met het opruimen van je kamer?’ dan de gebiedende wijs: En Nu Ga Jij Je Kamer opruimen! Wij schrikken van je woede en slaan letterlijk dicht.

3. Over opruimen gesproken. Wij kennen geen enkele logica. Wat helpt is een schema. Ik zelf werk met SHWP. Sorteren. Wat wil ik houden? Wat kan weg? Wat moet weer op zijn plaats komen?

4. Geef je kind niet het label: dromerig, in zichzelf gekeerd, chaotisch, rommelkont, of iets anders. Zelf kreeg ik altijd het label: ‘dromerig’ en dat associeerde ik met niet alert en dus dom zijn.

5. Kijk in je omgeving. Van wie heeft jouw kind dit gedrag? Ik ergerde mijzelf altijd rot aan mijn zoon omdat ik onbewust mijn eigen gedrag herkende.

6. We hebben weinig tijdsbesef. (Ik begon vanmorgen om 09.00 uur aan dit artikel. Ik heb ondertussen o.a. nog een artikel geschreven en tientallen andere dingen gedaan. Gevoelsmatig is het nu 11.00 uur maar tot mijn schrik is het al 15.27 uur)

7. Wij onthouden de meest rare onnodige dingen maar zien vaak de belangrijkste details over het hoofd. (Vraag maar aan onze facturen-administratie. Die worden gèk van mij) Dat doen wij niet expres. Het kost ons veel moeite om de cohesie te zien tussen allerlei details. Maar o boy als we het eenmaal door hebben…zie punt 8

8. Wij kunnen ons iets totaal verliezen in één onderwerp. Maar dan ook totaal. Zo’n hyperfocus kan verontrustende vormen aannemen. Zo mag ik van mijzelf mij niet verdiepen in de Illuminati want voor ik het weet loop ik half psychotisch mensen ervan te overtuigen dat er aliens onder ons leven. (en dat is dan geen grap).

9. We zijn creatief omdat wij altijd snel oplossingsgericht hebben moeten leren denken. De manier waaróp wij iets oplossen kan nogal, uh, afwijkend zijn.. Mijn vriend vindt de manier waarop ik een taart bak bijvoorbeeld hilarisch. 30 gram suiker? Dat is dus een héél klein beetje suiker. 175 milliliter melk? Dat is een babyfles vol. Smelt 100 gram chocolade in een pannetje? Dat is iets meer dan drie keer dertig gram suiker en iets minder dan een volle babyfles.

10. Niet alle mensen met dyscalculie zijn beelddenkers. Niet alle mensen met een VP-kloof hebben moeite met leren. Dus: begrijp je niet waarom wij iets niet hebben gedaan of het totaal anders deden? Vraag gewoon naar de reden daarvoor.

 

Tags from the story
, ,
Lees ook
Geschreven door
More from Miriam Mars