Slordige pubers? Ga in staking!

Rommelige pubers? Ga in staking!

Pubers die brutaal zijn, niet luisteren en alles, maar dan ook werkelijk álles laten slingeren; Saskia weet er wel raad mee. Ze gaat in staking.

Ja, mijn pubers hoorden het goed: ik ging staken. Want allemaal leuk en aardig, maar als zij zich niet kunnen gedragen, dan zoeken ze het ook maar zelf uit. En om mijn woorden kracht bij te zetten, ging ik met mijn armen over elkaar op de bank zitten. Hoe het eten die avond op tafel moest komen, moesten ze zelf maar uitzoeken.

Chaos in de keuken

Mijn staking kwam natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen. Ik vond mezelf die middag in onze keuken waar het leek alsof een chimpansee familie tot in de late uurtjes een verjaardagfeestje had gevierd. Er lagen over het hele aanrecht half gesmeerde boterhammen, messen met klodders boter eraan stonden rechtop in de pindakaaspot, melk uit een omgevallen glas sijpelde van het aanrecht op de grond, in de pan lag een zwart geblakerd gebakken ei, de kaas lag open en bloot in de gootsteen en het tostiapparaat stond nog aan. Bij het opruimen, dat ik dan maar deed omdat de puberbrigade schitterde in afwezigheid en ik geen zin had in allerlei ongedierte – ik was godbetert net van die vreselijke irritante fruitvliegjes af, bleek dat in een laffe poging tot opruimen de vieze borden in de kast waren gezet en de schone nog in de vaatwasser stonden. Oh, en er plakte iets op de vloer.

Chaos in de badkamer

De keuken is overigens niet het enige verblijf in ons huishouden dat na een puberwervelwind compleet uitgewoond wordt achtergelaten. Die ochtend was er van de badkamer ook al weinig overgebleven nadat mijn zoon en dochter er hadden huisgehouden. Geen idee hoe ze het voor elkaar hadden gekregen, maar alle tweeëndertig handdoeken die netjes gestapeld in de kast lagen vond ik drijfnat op de grond. Geen enkel potje, tube of flesje had een dop en de kluwen haren die ik uit allerlei putjes viste was aanzienlijk. Iemand had zijn elektrische tandenborstel aan laten staan en met mijn dure Chanel-mascara was een hartje op de spiegel getekend.

Hun slaapkamers zagen er al niet beter uit. Bij de één kon de deur niet meer open vanwege de stapel kleren die erachter waren gedeponeerd bij gebrek aan, ja, aan wat eigenlijk? Gebrek aan motoriek om een kledingkastdeur te openen? Gebrek aan lange armen die niet tot aan de kast konden reiken waardoor er geen andere mogelijkheid was dan je kleren op de grond te gooien? Geen idee. In de andere slaapkamer moest ik naar lucht happen omdat er een wolkendek hing van een grote hoeveelheid deo en allerhande lichaams- en haarsprays en ik door de spraymist amper wat zag zodat ik onderweg naar het raam struikelde over schoolboeken die verspreid over de grond lagen.

Onaangepaste wezens

Het leven met mijn pubers is doorgaans best oké. Ze zijn welopgevoed en gemanierd – en dat weet ik vooral omdat anderen dat tegen mij hebben gezegd: ‘Wat een leuke zoon/dochter heb je, en zo ontzettend beleefd’, niet omdat ze dat gedrag ook thuis laten zien. Ook doen ze, soms, hun best op school, en zijn voor zover ik weet niet verslaafd aan drank en drugs, maar dan wel weer aan hun telefoon. En op een goede dag kan ik ontzettend met en om ze lachen. Maar om nou te zeggen dat het altijd van die heerlijke aangepaste wezens zijn, nou nee.

Thuis leven ze immers in hun puberuniversum en zijn ze het centrum van dat universum. Met andere woorden: de rest doet er niet toe. Ik ook niet. Hun vader evenmin. Tenzij ze ons nodig hebben als pinautomaat, luisteren ze niet als er iets wordt gevraagd: ze willen vooral zelf bepalen wanneer ze in actie komen. Van rekening houden met, hebben ze nog nooit gehoord. De wc netjes achterlaten voor degene die na jou komt? ‘Waarom zou je?’ Je bedenken dat 2 uur ’s nachts niet de beste tijd is om je moeder te appen met de vraag of ze je even op kan komen halen? ‘Nergens voor nodig’. De was in de wasmand gooien? ‘Doe even normaal’. Opkijken van je telefoon als er tegen je gepraat wordt? ‘Bemoei je vooral met je eigen zaken’.

Huisgenoten

En daar schuurt het. Want we wonen nu eenmaal onder één dak, een dak dat ík overigens heb betaald, en dus zijn mijn zaken ook gewoon hún zaken. En daarom zou een beetje meewerken hier en daar wel fijn zijn. En ik vraag helemaal geen ingewikkelde dingen. Ik wil gewoon een antwoord als ik ze iets vraag – en dat mag zelfs een één-lettergreep-antwoord zijn, als er maar geluid uit die monden komt, dat ze hun troep achter hun kont opruimen en geen lawaai maken tussen elf uur ‘s avonds en zeven uur ‘s ochtends. Best redelijk lijkt me, maar in de praktijk is dat voor pubers blijkbaar moeilijk.

Het lastige met pubers is dat ze zich op een gegeven moment niet meer gedragen als kinderen, maar als huisgenoten. Met een heel eigen leven en agenda die alles bepalend is. Dat jij om half zes wil eten is prima, maar zij schuiven wel aan wanneer het hen uitkomt. En dat jij je dag om acht uur ’s morgens begint is heel fijn, maar zij staan wel op als ze uitgeslapen zijn, ook al is dat ver na de lunch. En het is dat ze er geen een hebben, maar het liefst hangen ze elke ochtend een bordje aan hun deur met daarop ‘kamer schoonmaken’ en elke middag met ‘niet storen’.

Klaar met slaven

Het zijn ook niet per definitie de meest gezellige huisgenoten. Ze zijn rommelig en chagrijnig. Humeurig en chaotisch. Trekken hun plan en denken niet aan anderen. Dat werkt gewoon niet in de praktijk. Of laat ik het zo zeggen: dat werkt niet bij mij thuis. Ik heb huisgenoten voor minder de deur uitgezet. Het is dat ik deze pubers heb gebaard anders was ik al lang klaar met ze geweest. En ik heb alle begrip voor hun hormonale schommelingen waardoor ze in één tiende seconde kunnen veranderen van een allerliefst regenboog eenhoornveulentje tot een vuurspuwende draak met moordneigingen, maar dan nog moet je het fatsoen op kunnen brengen om je enigszins normaal te gedragen. Als ik dat kan, ik heb die hormonale schommelingen óók en ik heb nog nooit al vuurspuwend een collega vermoord, dan kunnen zij dat ook. In bedoel maar.

Nou ja, het is allemaal makkelijk roepen, dat het zo en zo moet gebeuren, maar in het dagelijkse leven loopt het gewoon heel anders. En daar was ik klaar mee. Klaar om slechts te fungeren als pinautomaat, taxichauffeur, cateringdame en schoonmaakster. Wie ben ik, hun facilitair medewerker? Kom op zeg. Het moest dus anders. Ik had genoeg van het eindeloos vragen of ze alsjeblieft hun bord/beker/bestek in de afwasmachine wilden zetten. Of ze de keuken een beetje netjes achter wilden laten. Of ze hun kleren op tijd in de wasmachine wilden gooien. Of ze één in plaats van vijf handdoeken per douchebeurt wilden gebruiken. Of ze hun telefoon aan tafel uit wilden zetten. Of ze niet met de deuren wilden slaan.

Of, of, of. Ik kon niet anders concluderen dan dat mijn pubers zich hadden ontpopt tot ontaarde kinderen. Verwende mensjes die alleen maar oog voor zichzelf hadden. En dus stond ik, nadat ik die keuken voor de zoveelste keer had opgeruimd, op mijn pubers te wachten. Wie niet wil luisteren moet maar voelen, toch?

Staken? Hoezo?

Ze vonden het een hilarisch idee, dat ik zou gaan staken. Leuk hoor, mam, maar hoe laat gaan we eten? En kon ik nog even snel hun gymkleren wassen? Ik haalde mijn schouders op, ik deed helemaal niks meer, ze zochten het maar uit. Dit zou nog wel eens heel moeilijk kunnen gaan worden. Voor mijn pubers dan. Na een paar uur had ik zowaar een half boek uit, één van de voordelen als je je werk neerlegt. Mijn pubers daarentegen zeurden, nadat ze doorhadden dat ik echt op de bank bleef zitten, dat ze een hongerdood zouden sterven. Hoe moesten ze nu eten? Zelf klaarmaken? Hoe dan? En hun gymkleren dan? Zelf wassen? Ik maakte een grapje zeker, toch?

Het werd een rumoerige avond waarin mijn pubers reddeloos en radeloos door het huis renden. De volgende ochtend draaide ik me nog eens om, want tja, ik had toch vrij. Mijn pubers versliepen zich, vergaten hun lunch, kwamen te laat op school en kregen een aantekening in magister dat ze hun gymkleren waren vergeten. Weer thuis vonden ze hun moeder liggend in een stoel in de tuin, met boek nummer twee – ik kan iedereen zo’n staking aanraden, je rust er enorm van uit én leest nog eens een boek, of twee, uit. Verbaasd merkten ze op dat de keuken best wel een troep was. En die avond konden ze niks anders doen dan zelf een natte handdoek van de grond plukken omdat er niet zomaar uit het niets een nieuwe stapel schone, droge, handdoeken in het kastje terecht was gekomen.

Staking staken

Drie dagen duurde mijn staking. Drie lange dagen waarin mijn huis een gevaarlijk terrein dreigde te worden, zo een met verontreinigde grond en giftige stoffen. Drie dagen waarin mijn pubers verbaasd waren en daarna boos en wanhopig werden. Drie dagen waarin ik vijf boeken las en mijn slaapkamer het enige schone plekje in huis was. Maar ook drie dagen waarin mijn pubers zagen hoeveel ik, en hun vader want die staakte ook mee, voor hen deden. En hoe vanzelfsprekend ze dat eigenlijk vonden.

Uiteindelijk zaten ze met gebogen hoofden aan tafel en vroegen ze of ik alsjeblieft mijn staking wilde staken. Dat wilde ik wel, mist we tot een overeenstemming kwamen. Ze knikten gedwee. Ik wilde mijn staking opheffen als zij meer zouden helpen en tegen mij net zo aardig zouden zijn als tegen hun vrienden. Dat moest lukken, zeiden mijn pubers opgetogen. Samen ruimden we het huis op, maakten we de keuken schoon en draaiden we een aantal wassen. En nee, we hebben niks vastgelegd op papier. Dat is helemaal niet nodig. Als mijn pubers niet luisteren of ik struikel over hun spullen, herinner ik ze alleen maar aan die, in hun ogen, helse staking. Dat is genoeg om ze in beweging te krijgen.

***

Heb je ons huiswerkhandboek al besteld?

***

Nu je hier toch bent, zouden we je iets willen vragen…

We maken iedere dag Tis Hier Geen Hotel met heel veel plezier. Want we zien het als onze missie om jullie zonder al teveel kleerscheuren, en een beetje humor, door de puberteit van je kinderen heen te slepen. En dat willen we blijven doen. Maar sinds de Corona-crisis is dat er niet makkelijker op geworden. Zou je ons daarom willen helpen dit Hotel open te houden? Hoe? Kijk HIER.

Tags from the story
, , ,
Geschreven door
More from Saskia Smith

Pubers moeten het vak ‘digitale geletterdheid’ op school krijgen

Uit onderzoek blijkt dat twee miljoen kinderen niet zijn voorbereid op een...
Lees verder