Anne wist dat het eraan zat te komen. Toch was die eerste keer op vakantie zonder haar pubers wennen. Al was ze blij dat er ook geen geruzie om een gedeelde kamer was.
Jarenlang was het geen vraag. Zomervakantie betekende: met z’n allen de auto in richting de bergen of een strand. En dat voelde als een soort vanzelfsprekendheid. Vakantie? Met z’n allen eropuit! Maar mijn oudste ging ineens met vrienden naar Spanje en mijn jongste bleef logeren bij een vriendin. Allebei hebben ze helemaal geen behoefte aan een paar weken met hun ouders. Ik snap het, hoor. Ik zou op die leeftijd ook liever met vrienden weg zijn dan met mijn vader en moeder.
Zonder pubers
En dus was ik aan het inpakken voor een vakantie die er, voor het eerst in zeventien jaar, anders uit zou zien. Alleen mijn man en ik. Geen onderhandeling meer over wie er mee mag op de fiets, geen ‘zijn we er al?’, geen gedeelde kamer die ineens toch een probleem is. Geen gezeur meer over slechte wifi op de camping. Geen ruzie tussen broer en zus over wie er als eerste onder de douche mag. Geen gemopper dat het eten niet is zoals thuis. Het klonk eerlijk gezegd meteen als een fantastische vakantie, maar toch.
Er was ook iets waarvan ik wist dat ik het zou gaan missen. De avonden dat we met z’n vieren aan een tafeltje zaten, op een terras in een ander land en we moesten lachen de ober die ons niet begreep. Of de avonden dat mijn pubers ineens verhalen vertelden die ze thuis nooit vertelden. De keren dat we op ontdekkingstocht door een nieuwe stad gingen. Het lopen door de bergen, zwemmen in rivieren, duiken in de zee. Samen op vakantie gaan, heeft een bepaalde intimiteit. De dagelijkse hectiek viel van ons af en dat zorgde voor een andere manier van samenzijn. En dat koesterde ik.
Geen geklaag over de wifi
De vakantie zonder mijn pubers voelde als wennen, vooral die eerste dagen. Het was stiller dan ik gewend was, maar ook prettiger dan ik had verwacht. We konden een terrasje uitzitten zonder dat iemand zich verveelde, een wandeling maken zonder gezeur, gewoon een boek lezen zonder dat er iets van me gevraagd werd. En niemand klaagde over de wifi!
Tegelijkertijd zat ik ’s avonds weleens met mijn telefoon in mijn hand, wachtend op een berichtje. Ging het wel goed daar, met zijn tentje en zijn vrienden? Sliep ze een beetje, at ze wel iets fatsoenlijks bij haar vriendin? Ik wist dat het goed zat, dat ze allebei prima voor zichzelf konden zorgen, en toch was er die onrust die niet helemaal wegging. Het was een vakantie van twee gevoelens tegelijk: genieten van de rust, en stiekem toch even willen weten of alles goed met ze gaat. Gelukkig kreeg ik zo nu en dan een kort antwoord van mijn pubers: ‘Oke’, of ‘AG’ (alles goed). En daar moest ik het dan mee doen. En dat is prima. Ik was niet meer nodig op hun vakantie.



